Portretten in emaille

Inleiding
Het is alweer ettelijke jaren geleden dat ik in Spanje een workshop over dit onderwerp bijwoonde. Ik was daar niet heengegaan omdat ik nu zo nodig portretten wilde maken in emaille, maar gewoon omdat ik zo veel mogelijk technieken wilde leren. Ik had er geen spijt van: het weer was aangenaam, de stof bleek interessanter dan ik had verwacht, de leiding was zeer ter zake kundig, en het gezelschap was voortreffelijk. Ik heb dan ook zeer aangename herinneringen aan deze workshop, en mijn aantekeningen over het onderwerp wil ik graag met jullie delen, vooral nu tijdens de workshop ‘OPALEN’ in Amersfoort belangstelling voor dit onderwerp bleek te bestaan. Deze lange inleiding dient om jullie te melden dat er vast en zeker emailleurs zijn binnen onze vereniging die hier meer van afweten dan ik: ik hoop van harte dat zij zich zullen melden en dat er misschien een uitwisseling van gedachten, proefresultaten, technieken en nieuwe ideeën op gang zal komen.

In Spanje wordt, misschien onder invloed van de werken van de gebroeders Vilasis, veel in deze techniek gewerkt. Het idee is dat men het portret uitwerkt op een van te voren geëmailleerde ondergrond. Dit kan een witte ondergrond zijn of een gekleurde. Er is enige discussie of deze techniek al dan niet onder het begrip ‘émail-peint’ valt, of misschien – ondanks de gekleurde ondergronden – onder ‘grisaille’, maar dat is in het kader van dit artikeltje niet relevant. Hier gaat het uitsluitend om de techniek en niet om de benaming daarvan… ofschoon ideeën daaromtrent wellicht de moeite waard kunnen zijn.

De ondergrond
Als je wit gebruikt, neem dan geen knal-wit maar een zachtere tint, eventueel ietwat transparant, en liefst opgebracht in twee lagen. Tijdens de workshop werd gewerkt met Emaux Soyer in diverse kleuren. Zelf heb ik, weer thuis, gewerkt op een ondergrond van Thompson # 1010 met daaroverheen een dunne laag # 1030. Later ging ik over op de combinatie van # 1030 met daaroverheen een dunne laag # 1040. Omdat # 1040 iets doorschijnender is dan # 1030 voldeed mij dit beter; het gaf voor mij een gevoel van geheimzinnigheid. Maar natuurlijk is deze keuze heel persoonlijk. Werk je graag met een gekleurde ondergrond, dan werd ons aangeraden twee lagen transparante emaille te gebruiken: een donkere eerste laag, en een dunne laag van een lichtere kleur daar overheen. Omdat ik graag alles zelf uitprobeer heb ik ook gewerkt op een opake ondergrond, maar die vond ik alleen mooi als hij zwart was. Eerst gebruikte ik # 1995. Sedert kort is er zwart # 1996, en die zweemt naar het transparante. Ook hier is dus ruimte voor persoonlijke smaak… ik zelf koos voor # 1996. Kort geleden leerde ik zwart # 1990 kennen. Ik heb er een kleine hoeveelheid van aangeschaft om wat proefplaatjes te maken, en ik was enthousiast. Het blijkt een diepe, transparante kleur te zijn die, onder bepaalde omstandigheden, een donkere, transparant blauwe gloed aanneemt. Prachtig!

Het eigenlijke werk
Als de ondergrond gemaakt is, begint het schilderwerk. Alweer kan ik alleen persoonlijke ervaringen melden, hier en daar gelardeerd met wat ik om mij heen zag gebeuren. Om met dit laatste te beginnen: de meeste deelnemers aan de workshop maakten, op advies van de leiding, gedetailleerde tekeningen. Als men een donkere ondergrond had, gebruikte men daarvoor zwart karton en witte pastel. De lagen pastel werden, tussen de bewerkingen door, met lak beschermd. Ik herinner me dat men daar haarlak voor gebruikte, maar er bestaat ook een product dat speciaal voor pastel is gemaakt en dat men in speciaalzaken kan kopen. Al tekenend begonnen zich al gauw de schaduwen en de lichte partijen in de tekening te vormen. Als de tekening klaar was, werden deze donkere en lichte partijen met een gekleurde lijn van elkaar gescheiden. Wie op een witte ondergrond werkte, maakte de tekening in potlood of houtskool op wit papier. Wie voor houtskool koos hanteerde ook af en toe de spuitbus. Verder ging men te werk als hiervoor omschreven. Tenslotte zette men een verkleinde versie van het ontwerp m.b.v. een viltstift over op de ondergrond, waarbij men uitsluitend de scheidingslijnen tussen de verschillende tint-vlakken gebruikte. Toen dit stadium was afgerond, gingen de werkwijzen verschillen. Wie met zwarte emaille op een lichte ondergrond werkte, moest beginnen met de lichtste tint zwart. Daartoe werd een zeer fijn gemalen zwart, aangemaakt met gedistilleerd water, op de hele vorm aangebracht, behalve op die plaats waar bijvoorbeeld glimlichten moesten komen. Met behulp van een etsnaald werd deze natte emaille zeer fijn verdeeld over het oppervlak van de tekening. Na droging werd het geheel gebrand, en toen bleek dat het emaille dat in kleine zwarte ‘drupjes’ op het oppervlak lag, als zacht grijs overkwam. (Dit is, denk ik, hetzelfde effect als wat men in de schilderkunst ‘pointilisme’ noemt, alleen zijn hier de drupjes zwart zo klein dat men ze niet meer apart ziet.) Na afkoeling van het werk viel het ons op dat in de werken waarvan de makers de lijnen met wateroplosbare stift hadden opgezet, de oorspronkelijke tekenlijnen nog zichtbaar waren, maar dat alle lijnen die met watervaste stift waren opgebracht, verdwenen waren. Hiep-hiep-hoera dus voor de water-oplosbare stiften… de gebruikers van de watervaste stiften moesten een deel van hun werk overdoen! Later bleek dat soms degene die het laatst lacht, toch het beste lacht… Na het bijwerken van de randen van de grondplaat, werd de tweede tint zwart opgezet op die plekken die donkerder van kleur moesten worden. Ook hier werd de emaille weer goed over dit deel van het oppervlak verdeeld met de hulp van de etsnaald. Het emaille werd nu iets minder waterig aangebracht dan de eerste keer. Voor de meeste deelnemers was een derde keer zwart opbrengen op de plaatsen die het donkerst moesten worden, genoeg. Ook konden voor de derde branding nog kleine in sommige gevallen grotere – fouten worden hersteld. Na de derde branding kon men het werkstuk als klaar beschouwen. Nu bleek echter dat bij degenen die de wateroplosbare stiften hadden gebruikt, de inkt van de stiften dusdanig in het emaille was getrokken dat de lijnen zichtbaar waren gebleven; in sommige gevallen was dit zeer storend. Alle met watervaste stiften opgezette lijnen waren echter volkomen weggebrand. Mijn advies aan emailleurs die tekeningen met stiften willen opzetten is dan ook: probeer het effect van de stift die je denkt te gaan gebruiken uit op een proefplaatje voordat je met het echte werk begint!

Voor de emailleurs die werken op een donkere ondergrond, begint men niet met de plekken die het lichtst moeten blijven, maar juist met de schaduwplekken. Verder is de werkwijze gelijk aan de hierboven omschreven methode. Tijdens de workshop werden we voorzien van Soyer # 101, dat is witte opaal. Ook hier werd dus weer de etsnaald gebruikt. De laatste emaillelaag geeft de heel heldere stukken van de tekening, bijvoorbeeld de lichten op de wangen. Ik gebruikte, voorbijgaand aan de adviezen die ik tijdens de workshop kreeg, maar een laag emaille i.p.v. twee lagen. Later, weer thuis, werkte ik o.a. op pruisisch blauw # 2680, ook nu zonder tweede laag, en op # 2880 (woodrow red) over flux # 2030. Ook hier was ik dus eigenwijs: volgens de aanwijzingen zou de lichtste kleur als laatste moeten worden aangebracht. Maar ik bedacht op tijd dat de rode transparanten, indien ze zonder flux aangebracht worden op koper, een zwarte verkleuring vertonen en op zwart had ik al genoeg uitgeprobeerd. Heel mooi vond ik de combinatie van # 2910 (elan grey) met diverse transparante kleuren, waarbij ik – behalve in de combinatie met flux – inderdaad de lichtere kleuren over het grijs heenzette.

Resultaten
Ik bereikte de beste resultaten met een combinatie van verschillende ‘korrel’: de zeer fijn verdeelde (325 mesh) # 1040 gevolgd door # 1040 in 150 mesh, en tenslotte 325 mesh 1030. Op de pruisisch blauwe ondergrond vond ik de combinatie met opaalwit 2061 heel bijzonder, vooral in combinatie met wit # 1040. Maar al deze opmerkingen zijn louter persoonlijk. Misschien kunnen we in de naaste toekomst ook in Nederland eens bij elkaar komen om samen te praten, denken en werken …

Grisaille
Tenslotte: in de USA is een z.g. ‘grisaille teaching kit’ te koop. Ziet men dus niets in een workshop, maar heeft men wel het idee begeleiding nodig te hebben, dan ligt hier wellicht een mogelijkheid. Ik heb de ‘kit’ zelf nooit gezien, maar lees in mijn catalogus (in vertaling): ‘Speciale instructie in een pakket dat is geschreven en samengesteld door een leidinggevende expert op het gebied van de grisaille. Het pakket bevat een ‘stapje voor stapje’ instructie, 150 en 325 mesh # 1040 opaak wit en 325 mesh # 1030 opaak wit, verder wat 80 mesh opaak zwart 1990, een glazen petri schaaltje, een fijn penseeltje, een stukje gaas van 100 mesh, wat klyrfire, 2 koperen schaaltjes en 19 zwart-wit foto’s waarop men ziet hoe een grisailwerk van begin tot einde wordt gemaakt.”

Kosten
Het pakket kost $ 56,- tegen de dagelijkse dollarkoers, maar daar komen bij: verzendkosten vanuit de U.S. naar mijn adres, BTW op de ingevoerde waarde (17,58), en PTT-kosten van mijn adres naar de besteller. Deze laatste kunnen natuurlijk worden omzeild door het pakket bij mij te (laten) halen. De levertijd is minstens drie weken. Het is al met al niet goedkoop, dus lijkt het aantrekkelijk om een en ander zelf uit te vinden aan de hand van bovenstaande gegevens. Om het kostenplaatje compleet te maken het volgende:

  • voor de extra malingen vraagt de fabriek een bepaald bedrag.
  • De normale malingen wit kosten fl. 17,60 per 100 gram
  • en de genoemde zwarte emailles kosten allemaal fl. 18,55 per 100 gram ( van # 1990 heb ik een beperkte voorraad).
  • Voor de 150 mesh maling komt daar per 100 gram fl. 2,25 bij, en voor de 325 mesh maling fl. 3,35 per 100 gram.

Ik heb een beperkte hoeveelheid van deze speciale malingen in huis, en ben bereid daar voor belangstellenden kleine pakketjes uit samen te stellen. Bijv. 50 gram van de beide witten, in 150 en 325 mesh malingen. De normale malingen van de genoemde witte en zwarte tinten kunnen uiteraard meebesteld worden. Op ons atelier hebben we, denk ik, allemaal wel een klein schaaltje om op te werken, we kunnen allemaal wel aan koper komen, een fijne penseel is ook niet moeilijk te vinden, en een etsnaald om het emaille op de plaat te verdelen is ook wel te kopen of te maken. Zoals deelnemers aan de workshop OPALEN weten gebruik ikzelf daarvoor een naald die ik in een kurken houdertje heb geplaatst. Kost weinig, maar werkt prima! Hieronder dus de prijzen:

  • 50 gram 150 mesh wit komt op fl. 9,95 ( = fl. 8,80 voor de normale maling plus fl. 1,15 voor de extra maling).
  • 50 gram 325 mesh wit komt op fl. 10,50 (= fl. 8,80 voor de normale maling plus fl. 1,70 voor de extra maling).

Wellicht heb je zelf nog een eigen werkvoorraad van de witten of zwarten in de normale maling; die bestel je dan dus niet. Als je ze wel zou willen bestellen, dan kosten de witten allemaal fl. 8,80 per 50 gram, en de zwarten komen op fl. 9,30.

Tenslotte
Ik zal eventuele bestellingen strikt in volgorde afhandelen. Als er genoeg belangstelling voor is, zal ik met spoed meer bestellen. Omdat ikzelf, behalve voor mijn proefjes, echter niet uitzonderlijk veel interesse heb voor de speciale malingen, zal ik met bestellen wachten tot duidelijk is of er werkelijk belangstelling voor is. Vanwege genoemde volgorde van afhandeling, en omdat ik voor enige tijd naar Engeland zal gaan, kunnen belangstellenden het best per brief(kaart) of fax bestellen. Noem dan ook de datum waarop je reageert. Ik hoop jullie hiermee voldoende stof tot denken en proberen te hebben gegeven. Als gewoonlijk de opmerking: ik zal erkentelijk zijn als jullie me je testresultaten op dit (of ander) gebied sturen. Daar kunnen dan wellicht ook andere emailleurs profijt van hebben. Ik realiseer me dat slechts een enkeling de moeite neemt op deze vraag in te gaan. Jammer! Mijn dank aan al diegenen die wel de moeite nemen hun bevindingen aan anderen mee te delen.

Ellen Goldman

portretten