Kunstenaar in beeld: Annemarie Timmer
Kees
van Loon in gesprek met Annemarie TimmerIk
doe niet aan reproductieHaar vader was kunstschilder die aquarellen,
olieverf en houtsneden maakte. Heel veel uren bracht ze door in zijn
atelier en ze werd erg door hem gestimuleerd. Op haar twaalfde volgde
ze een cursus bij de kunstenaar en emailleur Loek Lafeber. Ze ging
naar de School voor Grafische Vakken waar ze een studie voor reclametekenen
volgde. Vervolgens volgde ze een opleiding aan de kunstacademie Artibus
in Utrecht. Halverwege het derde jaar hield ze het voor gezien.
“Naar het emailleren werd niet gekeken tijdens de opleiding, dat werd een
ambacht genoemd. Tja, het is maar hoe je het invult, ik probeer er altijd een
artistieke invulling aan te geven. Ik werkte destijds nog in de reclame, maar
had mijn eerste atelier al en ging emailleren.”
Timmer is ondertussen al weer zo'n twintig jaar lid van de Vereniging
van Nederlandse Emailleurs, en met leden van deze vereniging heeft ze
ook regelmatig groepstentoonstellingen.
Ze is iemand die veel tegen de regels van het emailleren in gaat. Als
het email op een temperatuur van 800°C ingebrand moet worden, probeert
Annemarie Timmer het met 950°C uit. Experimenteren zit haar in het
bloed. Ze ziet het vuur als een spelletje. Wil graag de grens verleggen
om bijvoorbeeld de koperoxyde mee te laten werken. Vroeger kon ze nog
met open vlam werken, ze kon variëren met verschillende temperaturen
op een koperplaat. Maar helaas, in haar huidige atelier moet ze het vanwege
de verzekering stellen met een oven. Het emailleren is echter al dertig
jaar een niet-eindigende passie.
“De kleuren zijn zo intens, zo zie je ze niet met schilderen.
Over honderd jaar zijn de kleuren nog precies hetzelfde. Het is alleen
wel zo dat het emailleren zelf slechts een klein stukje van het totale
werk is. Dat is voor mij nog wel eens ontmoedigend omdat het wel het
mooiste onderdeel is. Natuurlijk kan het ontwerpen me ook wel boeien,
maar het afwerken kan me eigenlijk gestolen worden. Randjes afschuren,
vijlen, de geëmailleerde koperplaten opplakken, dat soort dingen zou
ik wel door iemand anders willen laten doen.”
Haar werk is opgebouwd uit losse koperplaten die ze, voordat ze worden
geëmailleerd, vaak eerst bewerkt. Nadat ze de platen uitgezaagd heeft
- “dat werken met vormen komt voort uit mijn grafische kant, het
is de grap om je lijnen zo te gebruiken dat ze in je werk terugkomen” -
schuurt ze eerst de achterkant en bewerkt deze met contra-emaille om
het krommen van de plaat in de oven tegen te gaan. Hierna gloeit ze plaat
op zodat hij zachter is en slaat er vormen als borsten en buiken in.
Ook legt ze er geregeld sjabloontjes van bijvoorbeeld bladeren in, of
experimenteert ze door satéstokjes te gebruiken. Voordat ze met een zeefje
het emaillepoeder uitstrooit moet ze de platen eerst nog met zuurvrije
lijm behandelen. Een enkele laag emaille kan in haar ogen heel mooi,
vaak ook heel teer zijn, maar gemiddeld brengt ze drie, of vier emaillelagen
aan. Het smelten van het poeder duurt slechts twee minuten. Na die baktijd
moet de plaat eerst weer geschuurd worden als er nog een nieuwe laag
emaillepoeder op aangebracht wordt.
Ze houdt van warme kleuren. Merkte dat als je het rode poeder heel kort
in de oven doet het veel feller oplicht. Maar eigenlijk heeft ze zich
technisch nooit zo verdiept, veel liever doet ze alles op gevoel. Het
spannende is dat je van te voren nooit weet hoe het uit de oven komt.
Maskerachtige gezichtsvormen spreken haar, zonder dat er een diepere
betekenis achterligt, aan. Ook maakt ze geregeld ruimtelijk werk zoals
kijkdozen, of vazen. Voor de expositie in Het Fraterhuis maakte ze een
vijfdelige serie van een beetje truttige huisvrouwen op banken. “Ik
ben vorig jaar in de galerie wezen kijken en deze serie vind ik wel passen
in dat kleine halletje. Je ziet dat soort vrouwen hier in Alkmaar wel
zitten als ze aardappelen aan het schillen zijn. Ik vind dat je in je
ontwerpen ook een beetje lef moet tonen. Armpjes bijvoorbeeld die eigenlijk
verhoudingsgewijs niet kloppen.”
Tegenwoordig werkt ze veel in series van drie of meer, waarin de figuren verschillende uitdrukkingen hebben. De een vroom, een ander wulpser. “Ik heb een serie dansers gemaakt die verkopen als zoete broodjes. Ik zou er zo dertig van kunnen slijten, maar dat zie ik niet zitten. Ik doe niet aan reproductie.” Annemarie Timmer geeft gastlessen aan de School in de Kunsten in Amersfoort. Afgelopen jaar exposeerde ze in het Duitse Coburg, tijdens een kunstroute in Edam en galerie De Witte Arend Utrecht.
Met toestemming overgenomen uit Lyra, het lijfblad van de literaire culturele kring Apollo Harderwijk.

Januari 2013
Maart 2013




