Etsen van koper voor champlevé

jan 23, 2018 by

Inleiding In de “Coburger Emailrundbrief” 8/92 van 2 november j.l. staat een artikel van de hand van dr Walter Lachmann dat ik probeer te vertalen omdat het me belangwekkend lijkt voor emailleurs, die graag hun technische mogelijkheden uitbreiden. Zelf heb ik het niet geprobeerd, dus ik weet er niets van, alhoewel ik het best zou willen proberen.

Etsen van koper voor champlevé Van jaren her is het etsen van koper voor de goudsmid en emailleur een ongezond akkevietje. Er worden daarvoor salpeterzuur en ijzerchloride aanbevolen, die giftig zijn, slechts ondiepe bijtingen opleveren en brokkelige contouren achterlaten. Hieronder wordt een nieuwe methode beschreven die anders is dan de in de leerboeken beschreven etsing door middel van salpeterzuur. Misschien is het etsen met salpeterzuur en het daaraan verbonden ontwijken van giftige stikstofoxyden de reden dat nog maar weinig met de champlevé techniek wordt gedaan. In tegenstelling met de leerboekopvatting, dat slechts salpeterzuur koper wegbijt, wordt hier met zwakker zoutzuur (ca. 5%) en waterstofperoxyde (10 of 30%) gewerkt. Dit proces is vooral geschikt voor het bewerken van holle objekten, gebruiksvoorwerpen zoals vazen, ringen, doosjes, bekers met champlevé. Aan de hand van de bewerking van een servetring wordt het proces beschreven, dat zeker enige technische vaardigheid vereist.

Etsen van koper voor champlevé

 

 

 

 

 

 

Procedure

  • In een, als het kan, doorzichtige rechthoekige kunststof bak (koffiedoos uit een huishoudelijke artikelen winkel) van tenminste 300 ml wordt in de korte kant een bijna half cirkelvormige uitsparing van ongeveer 1 cm gevijld.
  • De koperen ring (stuk van een buis van 5 cm doorsnede, hoogte 2,5 cm en 2 mm dikte) wordt aan de binnenzijde tenminste eenmaal geëmailleerd, om later schoonmaakwerk te besparen. Dan volgt op de gebruikelijke manier de tekening door het opbrengen van afdeklak naar gewenst ontwerp. Geschikt is, naast de bekende asfaltlakken, de volgende zuurvaste lak: Galvano-Resist-lack PR 0036 Brent electronic system group, Werk Pagolin, Postfach 1050, W 8503 Altdorf. Om deze lak nog elastischer te maken, worden per 100 cm³ 2 druppels naaimachine-olie toegevoegd. De lak kan met in de handel verkrijgbare lakverdunner verdund worden. De ring wordt bij wijze van ondersteuning op een rubberen stop (= kurk) vastgeschoven. Ook het vastplakken met afdeklak op een houten schijf is mogelijk. Een gummi, silikonen of kurken stop kan in een apotheek of een laboratoriumbenodigdhedenzaak verkregen worden. Als er houten schijven of kegels gebruikt worden, moeten die volkomen met afdeklak ommanteld worden.
  • Op de open kant van de ring wordt met afdeklak een zuurbestendige folie geplakt (bv. een dun plaatje kunststof). Beide randen van de ring moeten goed met afdeklak zijn afgesloten, om het toetreden van zuur te verhinderen.
  • De ondersteuning van de ring, van wat voor materiaal die ook gemaakt is moet, om hem aan de as te kunnen bevestigen, in het midden een boring krijgen van 1 cm. Als materiaal voor de as kan gebruikt worden: een buis van messing, koper of ijzer van ca. 15 cm. Die wordt stevig vastgemaakt in de doorboring (geen elastische lijm gebruiken, die niet door en door verhardt en die speling toestaat). Om de installatie met een electromotor, die ongeveer 4 omwentelingen per minuut maakt, te verbinden, levert enige technische moeilijkheden op. Geschikt voor dit doel zijn kleine synchroonmotoren, zoals die gebruikt worden in de etalages van apotheken of drogisterijen. Eventueel ook verkrijgbaar in winkels voor modelbouw.
  • De ringhouder wordt aan de motoras geschoven en door middel van een stukje rubberen slang of met Tesafilm bevestigd.
  • Etsen van koper voor champlevé VNEHet eigenlijke etsen kan beginnen. De etsvloeistof bestaat uit zoutzuur (5%) en waterstofperoxydeoplossing (30%). Het te koop zijnde zoutzuur (technisch) is ca. 30%. De verdunning met leidingwater heeft als volgt plaats: 5 delen leidingwater + 1 deel zoutzuur = 6 delen zoutzuur ca. 5%. Voor een mengsel van 250 ml van het verdunde zuur moet 17 tot 20 cm³ waterstofperoxyde worden toegevoegd. Dit mengsel kan de hele dag gebruikt worden. In plaats hiervan kan ook een waterstofperoxyde-oplossing van 10 % gebruikt worden. Flessen voor het bewaren van waterstofperoxyde moeten niet luchtdicht worden afgesloten. Daarmee wordt de bak zover gevuld dat de servetring ongeveer 1 tot 1,5 cm onder is. Om te besparen op de etsvloeistof en om een groter verval te bereiken wordt de bak gedeeltelijk met knikkers gevuld. De uitsparing in de rand van de bak dient als geleiding van de as. Door de draaiing van de motor ontstaat cirkelgewijs het uitbijten van het koper. Doorde rand van de bak is te zien, hoe zich groenige, naar de bodem zakkende slierten aftekenen. Dat is koperchloride. De tijdens het etsen ontsnappende gasbelletjes bestaan uit waterstof. Die zijn ongevaarlijk door de geringe hoeveelheid. Als etsdiepte wordt 0,3 mm, en bij toepassing van rood emaille 0,5 mm, aanbevolen. ( Dan volgt een zin die ik niet begrijp en daardoor niet goed kan vertalen: Die Stege werden, gute Entfettung 8. vorausgesetzt, kaum unterwandert. Ik vermoed dat bedoeld wordt: De afgedekte delen worden, onder voorbehoud van goede ontvetting, nauwelijks aangevreten). Toevoeging van warmte is niet bevorderlijk voor het proces. De etsduur bedraagt 3 tot 3,5 uur. Waterstofperoxyde kan bijgeschonken worden. Voor het ontvetten van koper wordt ATA schuurpoeder aanbevolen (niet de schuurvloeistof). Organische oplosmiddelen zijn bij benadering niet zo effectief.
  • Vlakke platen kunnen ook geëtst worden, als ze aan perlon draden onder een hoek van 45° in de etsvloeistof worden opgehangen met de te bewerken zijde naar onderen gericht.

Voorzorgsmaatregelen (naar beproefd voorschrift)

  • Het te verdunnen zuur (30%) in het water gieten (leidingwater) en niet andersom (Ezelsbruggetje: giet nooit water in zuur anders breekt het monster los)
  • Ook moet je het buiten doen. De toevoeging van waterstofperoxyde is ongevaarlijk, alleen moet aanraking met de huid vermeden worden. Optredende witte huidaandoeningen kunnen onmiddellijk met een vette crême behandeld worden. In waterstofperoxyde gedrenkte lappen moeten niet in de prullebak worden geworpen. Heel voorzichtige mensen kunnen een bril opzetten.

Afvoer Na het etsen blijft er een groenige heldere vloeistof over: koperchloride. Die wordt in een plastic emmer gedaan en verdund met water en deel voor deel met soda onder het ontwijken van koolzuur geneutraliseerd (het schuimt). De neutralisatie wordt aangegeven door een blijvende vertroebeling en door verandering van kleur, maar kan ook met “Universal-Indikator Papier Merck” of lakmoespapier gecontroleerd worden. Grotere holle lichamen kunnen op eenzelfde manier behandeld worden. Het verdient aanbeveling om met behulp van afdeklak een houten handvat aan het voorwerp te bevestigen. Na het etsen wordt de afdeklak met oplosmiddel verwijderd en het opvullen met en inbranden van emaille kan beginnen. Aldus het artikel…

Naschrift Bij het lezen van deze publicatie zou ik graag de volgende kanttekeningen plaatsen: Zelf heb ik met het hele proces geen enkele ervaring, noch heb ik ooit een champlevé gemaakt, wat ik best zou willen. Nu heb ik niet direkt behoefte aan servetringen, maar vlakke plaatjes met champlevétechniek, dat lijkt me wel wat. Dan heb ik begrepen uit het voorgaande dat ik dat stuk met die motor kan overslaan. Dat wordt heel wat eenvoudiger: alleen een plastic bak blijft dan over. Dat het plaatje scheef moet hangen, dient om de waterstofbelletjes makkelijk te laten ontsnappen. Immers, daar waar zo’n bel blijft hangen, ontbreekt de bijting. Als afdeklak zou ik proberen dat wat ik vroeger gebruikte bij het maken van een drukvorm, wanneer ik me met de grafische techniek bezighield van het etsenetsen van koper VNE

Dat was een oplossing van schellak in spiritus, die voor het politoeren van meubels gebruikt werd. Daarbij zou ik etsgrond gebruiken, waarin je gemakkelijk een tekening kunt aanbrengen om uit te bijten. Het is erg goed om chemisch afval zelf te neutraliseren voor je het weg doet, maar zou je chemisch afval niet onder vermelding van de naam (koperchloride) kunnen inleveren bij een daarvoor opgerichte afdeling van de reiniging? Al met al lijkt me dit een thema voor een workshop…..

Den Haag, 1 febr. 1993 Go de Kroon

Meer Lezen

Recente Berichten

Share This

Van ontwerp naar gegoten model

jan 22, 2018 by

Inleiding

Champlevé en cloisonné werk is aantrekkelijk maar technisch niet gemakkelijk. Bij kleinere objecten kan echter, gebruik makend van moderne materialen een model worden gevormd dat als mal dient om via de Delftse Gietmethode® een te emailleren object te gieten. Als je je rekenschap geeft van de factoren die van invloed zijn op het succesvol gieten is het goed mogelijk om objecten te gieten met een plaatdikte van minder dan 1 mm en daarop cloisons, of iets dikkere plaatjes met holten met steile wanden voor de champlevé-techniek.

Principe
Het maken van werkstukjes waarop het emaille wordt aangebracht bestaat uit:

  1. Aanmaken van een ontwerp als zwart-wit lijntekening.
  2. Overbrengen van de tekening op een geschikt transparant materiaal (het negatief).
  3. Overbrengen van het negatief op een lichtgevoelig materiaal dat als gietmal kan dienen; hierbij wordt het negatieve beeld omgekeerd en gespiegeld.
  4. Verwijderen van onbelicht materiaal.
  5. Drogen en harden van het gietmodel.
  6. Gietmal via een of ander procedé omzetten in een gegoten product.
  1. Ontwerp als zwart-wit lijntekening
    Elke zwart-wit lijntekening kan het uitgangspunt vormen. Tekeningen ontworpen via de computer maken het mogelijk om een negatief te maken (nodig voor het procédé) en in een handomdraai te spiegelen, zodat het uiteindelijk gevormde werkstukje niet spiegel-verkeerd is. Tevens krijg je moeiteloos een uniforme lijndikte, en kun je uitzoeken welke lijndikte nog tot goede resultaten leidt in het gegoten product. Ook het overbrengen van de tekening via een printer is dan gemakkelijk.
  2. Van tekening naar transparant
    De tekening moet op een transparant materiaal worden aangebracht. Dit materiaal moet dun en niet te stijf zijn, zodat het vlak contact kan maken met het lichtgevoelige materiaal. Het moet verder de inkt goed aannemen, en het zwart in de tekening moet ook echt roetzwart zijn; zwarte vlakken en lijnen moeten egaal zwart zijn. Bij gebruik van laser printers kan kalkeerpapier goed voldoen. Bij een ink jet printer vloeit de inkt te veel op papier uit en moet met geschikte overhead film worden gewerkt, waarbij met een zo fijn mogelijke resolutie wordt afgedrukt (figuur 1).
  3. Van negatief naar lichtgevoelig materiaal
    In de grafische industrie wordt op grote schaal gebruik gemaakt van fotopolymeren, stoffen waarin onder invloed van licht kettingen van moleculen ontstaan. Hierbij veranderen de materiaaleigenschappen, en worden ze bijv. hard. Fotopolymeer wordt als grote platen, meestal met metalen rug, verkocht. Bedrijven die aan juweliers leveren verkopen kleine plaatjes in geringe hoeveelheden, zodat zij duur zijn. Voor naar verhouding weinig geld kan Miraclon® worden verkregen; dit heeft een wat dunne metalen rug (0,18 mm), hetgeen kan worden ondervangen door het met dubbelklevende tape en dun acetaat aan te dikken. Het plaatmateriaal kan geknipt worden, hetgeen gemakkelijker is dan zagen.Figuur 1 – Alle zwarte delen van de figuur komen verdiept in het polymeermodel te liggen, dat daar dus het dunst zal zijn. De witte lijnen vormen de opstaande cloisons. Knip elk figuurtje uit om als model voor de mal te gebruiken. Plaats de giettrechter centraal in het model. Tekening voor gietmal Delftse gietmethodeHet beeld van het negatief (zie figuur) wordt overgebracht door de rugzijde hiervan in heel goed contact op de fotopolymeerplaat te leggen en dan met ultraviolet (UV) licht te bestralen. Daarvoor is een kastje nodig dat negatief en plaatje op elkaar drukt, en dat een UV-lampje bevat. Zo’n lampje kost weinig, want zij worden bijv. op grote schaal toegepast om UV-gevoelige lijmen te verharden, zoals bij het aanbrengen van kunstnagels. Het kastje is een groter probleem. In de handel is te verkrijgen een belichtingskastje met aandrukplaat (Model Master®). Een handig iemand zet voor weinig geld zelf een belichtingskastje in elkaar.
    De belichtingstijd hangt af van de lichtsterkte van het lampje, van de afstand tussen lamp en fotopolymeerplaatje, en van de lichtgevoeligheid van de polymeer. Proefondervindelijk moet de beste belichtingstijd worden bepaald. Dit is niet moeilijk maar kost wat proefplaatjes.
  4. Verwijderen van onbelicht materiaalHet belichte materiaal wordt onoplosbaar in water. Door het belichte plaatje met een zachte borstel in water van 35 °C uit te wassen wordt dit op onbelichte plaatsen tot aan de metalen rug (bij Miraclon® maximaal 0,6 mm) in circa 4 min. uitgediept en blijft staan wat onder het wit van het negatief lag. Met het uitwassen moet je enige ervaring opdoen. Borstel je te lang, of met een te harde borstel, dan borstel je ook belicht materiaal weg, vooral als krap werd belicht. Daardoor wordt de belichte rand (voor een cloison) soms wat gekarteld. Ook al lijkt de schade gering, in het uiteindelijke gegoten product wordt de rekening gepresenteerd: geen strakke cloisons, die bovendien plaatselijk onvoldoende hoog zijn. Bij te lang uitwassen kan zelfs alle materiaal van de grondplaat losweken.
  5. Drogen en harden van het gietmodelHet belichte fotopolymeerplaatje moet goed worden gedroogd. Gebruik hiervoor bijv. een haarföhn. Houd het plaatje op de hand: zolang je de warmte van de föhn kunt verdragen zal het plaatje ook niet worden oververhit. Na een paar minuten is het plaatje wel droog. Belicht het dan geruime tijd na onder de UV lamp om het te harden. Was voor de oorspronkelijke belichting bijv. 15 seconden nodig, belicht dan bijv. 2 minuten na.
  6. Gietmal omzetten in een gegoten productHoe dikker het gietsel, des te gemakkelijker. Sieraden worden dan echter zwaar en onprettig om te dragen. Vandaar dat een zilverplaat van maximaal 1 mm dik prettig is. Met de Delftse Gietmethode® kun je snel en voor weinig geld met wat vallen en opstaan tot een excellent resultaat komen. Je moet je wel beperken tot betrekkelijk kleine objecten. Het gieten van dunne plaatjes is geen sinecure, maar als je goed op alle details let is dit allemaal oplosbaar. Als je een dun plaatje giet verliest immers het hete zilver veel sneller warmte aan de omgevende gietaarde, stolt dus sneller en vloeit daardoor niet zo ver als bij een dik gietsel. Hoe verder van de giettrechter, des te lastiger wordt een goede afdruk gevormd. Waar het bij een dikker gietsel nog wel eens goed kan gaan word je bij een dun plaatje onmiddellijk gestraft als het te gieten zilver niet voldoende heet is gemaakt.
    Plaats de gietringen met gietaarde zo nauwkeurig mogelijk horizontaal op een steen in een bak met zand. Het zilver vloeit immers eerst naar de laagste delen, de hoogste delen komen het laatst aan de beurt, en dan kan het zilver al te ver zijn afgekoeld en is het gietsel mislukt. De luchtkanalen dienen ook voldoende wijd te zijn, zodat de zeer snel door de grote hitte expanderende lucht goed kan ontwijken en het zilver dus goed kan vloeien.
    Het is gemakkelijk als in voorkomende gevallen een ringetje al is aangegoten. Het afwerken van het gegoten object, en het emailleren, vindt op de gebruikelijke wijze plaats.
  7. Voorbeelden Twee geëmailleerde cloisonné zilveren halskettingen die zijn gemaakt met het in het artikel beschreven procédé.

    Else Quanjer

Meer Lezen

Recente Berichten

Share This

Scroll Up