Webmaster

Webmaster

Mail de Webmaster

Van ontwerp naar gegoten model

jan 22, 2018 by

Inleiding

Champlevé en cloisonné werk is aantrekkelijk maar technisch niet gemakkelijk. Bij kleinere objecten kan echter, gebruik makend van moderne materialen een model worden gevormd dat als mal dient om via de Delftse Gietmethode® een te emailleren object te gieten. Als je je rekenschap geeft van de factoren die van invloed zijn op het succesvol gieten is het goed mogelijk om objecten te gieten met een plaatdikte van minder dan 1 mm en daarop cloisons, of iets dikkere plaatjes met holten met steile wanden voor de champlevé-techniek.

Principe
Het maken van werkstukjes waarop het emaille wordt aangebracht bestaat uit:

  1. Aanmaken van een ontwerp als zwart-wit lijntekening.
  2. Overbrengen van de tekening op een geschikt transparant materiaal (het negatief).
  3. Overbrengen van het negatief op een lichtgevoelig materiaal dat als gietmal kan dienen; hierbij wordt het negatieve beeld omgekeerd en gespiegeld.
  4. Verwijderen van onbelicht materiaal.
  5. Drogen en harden van het gietmodel.
  6. Gietmal via een of ander procedé omzetten in een gegoten product.
  1. Ontwerp als zwart-wit lijntekening
    Elke zwart-wit lijntekening kan het uitgangspunt vormen. Tekeningen ontworpen via de computer maken het mogelijk om een negatief te maken (nodig voor het procédé) en in een handomdraai te spiegelen, zodat het uiteindelijk gevormde werkstukje niet spiegel-verkeerd is. Tevens krijg je moeiteloos een uniforme lijndikte, en kun je uitzoeken welke lijndikte nog tot goede resultaten leidt in het gegoten product. Ook het overbrengen van de tekening via een printer is dan gemakkelijk.
  2. Van tekening naar transparant
    De tekening moet op een transparant materiaal worden aangebracht. Dit materiaal moet dun en niet te stijf zijn, zodat het vlak contact kan maken met het lichtgevoelige materiaal. Het moet verder de inkt goed aannemen, en het zwart in de tekening moet ook echt roetzwart zijn; zwarte vlakken en lijnen moeten egaal zwart zijn. Bij gebruik van laser printers kan kalkeerpapier goed voldoen. Bij een ink jet printer vloeit de inkt te veel op papier uit en moet met geschikte overhead film worden gewerkt, waarbij met een zo fijn mogelijke resolutie wordt afgedrukt (figuur 1).
  3. Van negatief naar lichtgevoelig materiaal
    In de grafische industrie wordt op grote schaal gebruik gemaakt van fotopolymeren, stoffen waarin onder invloed van licht kettingen van moleculen ontstaan. Hierbij veranderen de materiaaleigenschappen, en worden ze bijv. hard. Fotopolymeer wordt als grote platen, meestal met metalen rug, verkocht. Bedrijven die aan juweliers leveren verkopen kleine plaatjes in geringe hoeveelheden, zodat zij duur zijn. Voor naar verhouding weinig geld kan Miraclon® worden verkregen; dit heeft een wat dunne metalen rug (0,18 mm), hetgeen kan worden ondervangen door het met dubbelklevende tape en dun acetaat aan te dikken. Het plaatmateriaal kan geknipt worden, hetgeen gemakkelijker is dan zagen.Figuur 1 – Alle zwarte delen van de figuur komen verdiept in het polymeermodel te liggen, dat daar dus het dunst zal zijn. De witte lijnen vormen de opstaande cloisons. Knip elk figuurtje uit om als model voor de mal te gebruiken. Plaats de giettrechter centraal in het model. Tekening voor gietmal Delftse gietmethodeHet beeld van het negatief (zie figuur) wordt overgebracht door de rugzijde hiervan in heel goed contact op de fotopolymeerplaat te leggen en dan met ultraviolet (UV) licht te bestralen. Daarvoor is een kastje nodig dat negatief en plaatje op elkaar drukt, en dat een UV-lampje bevat. Zo’n lampje kost weinig, want zij worden bijv. op grote schaal toegepast om UV-gevoelige lijmen te verharden, zoals bij het aanbrengen van kunstnagels. Het kastje is een groter probleem. In de handel is te verkrijgen een belichtingskastje met aandrukplaat (Model Master®). Een handig iemand zet voor weinig geld zelf een belichtingskastje in elkaar.
    De belichtingstijd hangt af van de lichtsterkte van het lampje, van de afstand tussen lamp en fotopolymeerplaatje, en van de lichtgevoeligheid van de polymeer. Proefondervindelijk moet de beste belichtingstijd worden bepaald. Dit is niet moeilijk maar kost wat proefplaatjes.
  4. Verwijderen van onbelicht materiaalHet belichte materiaal wordt onoplosbaar in water. Door het belichte plaatje met een zachte borstel in water van 35 °C uit te wassen wordt dit op onbelichte plaatsen tot aan de metalen rug (bij Miraclon® maximaal 0,6 mm) in circa 4 min. uitgediept en blijft staan wat onder het wit van het negatief lag. Met het uitwassen moet je enige ervaring opdoen. Borstel je te lang, of met een te harde borstel, dan borstel je ook belicht materiaal weg, vooral als krap werd belicht. Daardoor wordt de belichte rand (voor een cloison) soms wat gekarteld. Ook al lijkt de schade gering, in het uiteindelijke gegoten product wordt de rekening gepresenteerd: geen strakke cloisons, die bovendien plaatselijk onvoldoende hoog zijn. Bij te lang uitwassen kan zelfs alle materiaal van de grondplaat losweken.
  5. Drogen en harden van het gietmodelHet belichte fotopolymeerplaatje moet goed worden gedroogd. Gebruik hiervoor bijv. een haarföhn. Houd het plaatje op de hand: zolang je de warmte van de föhn kunt verdragen zal het plaatje ook niet worden oververhit. Na een paar minuten is het plaatje wel droog. Belicht het dan geruime tijd na onder de UV lamp om het te harden. Was voor de oorspronkelijke belichting bijv. 15 seconden nodig, belicht dan bijv. 2 minuten na.
  6. Gietmal omzetten in een gegoten productHoe dikker het gietsel, des te gemakkelijker. Sieraden worden dan echter zwaar en onprettig om te dragen. Vandaar dat een zilverplaat van maximaal 1 mm dik prettig is. Met de Delftse Gietmethode® kun je snel en voor weinig geld met wat vallen en opstaan tot een excellent resultaat komen. Je moet je wel beperken tot betrekkelijk kleine objecten. Het gieten van dunne plaatjes is geen sinecure, maar als je goed op alle details let is dit allemaal oplosbaar. Als je een dun plaatje giet verliest immers het hete zilver veel sneller warmte aan de omgevende gietaarde, stolt dus sneller en vloeit daardoor niet zo ver als bij een dik gietsel. Hoe verder van de giettrechter, des te lastiger wordt een goede afdruk gevormd. Waar het bij een dikker gietsel nog wel eens goed kan gaan word je bij een dun plaatje onmiddellijk gestraft als het te gieten zilver niet voldoende heet is gemaakt.
    Plaats de gietringen met gietaarde zo nauwkeurig mogelijk horizontaal op een steen in een bak met zand. Het zilver vloeit immers eerst naar de laagste delen, de hoogste delen komen het laatst aan de beurt, en dan kan het zilver al te ver zijn afgekoeld en is het gietsel mislukt. De luchtkanalen dienen ook voldoende wijd te zijn, zodat de zeer snel door de grote hitte expanderende lucht goed kan ontwijken en het zilver dus goed kan vloeien.
    Het is gemakkelijk als in voorkomende gevallen een ringetje al is aangegoten. Het afwerken van het gegoten object, en het emailleren, vindt op de gebruikelijke wijze plaats.
  7. Voorbeelden Twee geëmailleerde cloisonné zilveren halskettingen die zijn gemaakt met het in het artikel beschreven procédé.

    Else Quanjer

read more

Related Posts

Share This

Email cloisonné

jan 21, 2018 by

Geschiedenis
Hoe maken wij onze prachtige gouden sieraden nog mooier, vroegen zich de oude Egyptenaren af, rond 1500 voor Chr. Zij smolten gouden bandjes op een gouden ondergrond en vulden de daardoor ontstane omheiningen (cloisons) op met halfedelstenen en stukjes glas. De kleuren daarvan: terra, wit en lapis lazuli contrasteerden met het goud en verfraaiden zo de sieraden tot een betoverend geheel.

emaille cloisonne VNE

De Byzantijnen rond 900 na Chr. hebben de vaardigheid ontwikkeld glaspasta’s te maken die zij konden vastsmelten op goud tot emaille. De prachtige kleuren hiervan blinken naast het stralend glanzende goud. Zij maakten cloisons door het solderen van heel fijne gouden bandjes op de gouden bodem. De vakjes worden opgevuld met kleurige emaillepasta en gesmolten. Het resultaat is emaille cloisonné.
Nog later (rond 1500) kwam de mogelijkheid glaspoeders te vervaardigen met een uitzettingscoefficiënt die het mogelijk maakt emaille vast te smelten op zilver en rood koper. Ook schilderen met emaille werd mogelijk. door de verschillende smelttemperaturen van de verschillende emaillekleuren, steeds het ene emaille over het andere: emaille-peinture.

Werkwijze
Zelf werk ik het liefst met email cloisonné en ga als volgt te werk. Ik maak een ontwerptekening en verdeel deze in stukken of stukjes, juist als de zware Ioodlijnen in een glas in loodraam. Die loodlijnen breng ik over op het koper,waarna het koper volgens tekening wordt uitgezaagd. Dit is nodig, want ik heb een kleine oven met pyrex kap.

emaille cloisonne VNE
Op een iets gebogen treeftje van 10x10 cm leg ik dan een uitgezaagd koperplaatje, dat wordt uitgegloeid en dan gepolijst. Dan bedek ik de bovenkant van het plaatje met behulp van een penseel met hard-fondant emaillepoeder in gedistilleerd water; laat het drogen, en smelt dit vast totdat het doorschijnend wordt. Ook de achterzijde wordt van een laagje emaille voorzien om te voorkomen dat buiging in het plaatje ontstaat, of later afspringen van het emaille door spanning.

Een groot voordeel van de glazen kap van de oven is dat je het hele smeltproces goed in het oog kan houden. Intussen heb ik geplet zilverdraad van 0,8 mm hoog, in de vormen van mijn tekening gebogen met een klein tangetje. Met een fijn pincet beleg ik dan het plaatje koper daarmee. Door tevens toevoegen van fondant-emaillepoeder in gedistilleerd water schuift het draad minder gauw weg en smelt het in de oven ook goed vast in de emaille onderlaag.

Daarna volgt het mooiste werk: de invulling met de diverse kleuren in de cloisons en het smelten tot glanzend emaille, want nu pas ontstaan de verrassende en prachtige kleuren. De opstaande randjes slijp ik niet weg en de cloisons vul ik niet helemaal op omdat het email tegen het randje opsmelt en daar dus donkerder wordt. Hierdoor ontstaat meer levendigheid bij licht op- en doorval. Tenslotte worden de diverse stukjes als mozaiek samengebracht en met behulp van bisonkit vastgelijmd op hardboard.

Jos Melchers

read more

Related Posts

Tags

Share This

Maken cloisonné vaas

jan 21, 2018 by

Inleiding
Dankzij de vriendelijke bemiddeling van Kay Whitcomb, redactrice van THE CLOISON, kreeg ik van Pat Aiken en de Cloisonné Collectors toestemming om Pat’s artikel over het maken van een cloisonnë vaas in ons blad over te nemen. Pat leerde het proces in het atelier van TAMURA, wiens familie al bekend was op het gebied van emailleren aan het begin van deze eeuw. Pat was een toegewijd leerling, want ze realiseerde zich wat een geweldige kans haar hier geboden werd!

Beschrijving van het werkproces
Maak de ondergrond (een koperen vaas) goed schoon

  • Verhit de vaas gedurende ongeveer twee minuten op ongeveer 1500 °F (ong. 810 °C).
  • Wanneer de vaas uit de oven komt moet hij worden ondergedompeld in een oplossing van salpeterzuur.
  • Verwijder dan alle overgebleven ongerechtigheden en alle krassen door de vaas m.b.v. contra-emaille te schuren. Dit geeft betere resultaten dan schuren met andere schuurmiddelen.

Breng een emaille ondergrond aan, binnen zowel als buiten

  • Giet lijm in de vaas en bedek de binnenkant zo regelmatig mogelijk. Giet de overtollige lijm eruit. Pat gebruikte ‘Klyrfire’, Tamura zelf gebruikt ‘Funori’ (een zeewier dat in Japan verkrijgbaar is), aangemaakt met gedistilleerd water en door een doek gezeefd.
  • Giet verwarmd emaille in de vaas en breng deze in een regelmatige laag aan. Verwijder het overtollige emaille.
  • Breng lijm aan op de buitenkant van de vaas en strooi daarop fondant of gekleurd emaille.
  • Laat het emaille goed drogen en verhit de vaas daarna in de oven op 1500 °F (ong. 810 °C) gedurende 2 tot 2½ minuut.

Het maken van het ontwerp

  • Teken het ontwerp op de vaas m.b.v. O.I. inkt of met een fotografische pen. (Noot van de redactie: Wie weet wat een fotografische pen is? (Wij willen dat dan graag van U horen.)
  • Maak: de cloisonnédraden zacht en vorm ze volgens de vorm van de vaas. De draden kunnen zacht gemaakt worden in de oven of – bij kleine gedeelten – met een aansteker. Zachte draden laten zich uiteraard beter buigen dan harde.
  • Breng de draden op de vaas aan m.b.v. lijm. Kortere draden zijn makkelijker aan te brengen dan langere. Gebruikt men zilveren draden, dan mag men niet hoger verhitten dan tot 1420 °F (770 °C) daar anders het zilver bij contact met het koper van de vaas zou kunnen smelten.
  • Verstuif dan lijm over het hele ontwerp en strooi er een hele dunne laag fondant over heen.
  • Als het emaille droog is wordt de vaas op 1400 °F (760 °C) verhit gedurende ongeveer twee minuten teneinde de draden vast te zetten op de ondergrond.

Het aanbrengen van het emaille in cloisons en ondergrond

  • Was de uitgezochte gekleurde emaillepoeders met gedistilleerd water. Voeg vervolgens een paar druppels lijm toe aan de nog natte emaille (ongeveer 2 druppels per theelepel). Hierdoor blijft het emaillepoeder beter aan de vaas zitten bij droging.
  • Het natte emaille wordt nu in de cloisons en op de achtergrond aangebracht met een penseel of een spatel. Een opstelling zoals die hiernaast is getekend vergemakkelijkt het werken.
  • Laat de vaas geheel drogen. Smelt dan het emaille in de oven.
  • De emailles zullen krimpen. Het kan daarom nodig zijn de cloisons bij te vullen als de vaas weer is afgekoeld. Pat’s achtergrond moest 4 maal worden bijgevuld, en het bloemontwerp 9 maal. Het proces moet herhaald worden tot het emaille even hoog komt als de draden. Opmerking: verticale, gebogen oppervlakken zijn moeilijk te emailleren. We moeten ervoor zorgen dat (a) het emaille niet langs het verticale oppervlak omlaag zakt en (b) dat de draden geheel langs het gebogen oppervlak liggen zodat de kleuren niet onder de draden door kunnen vloeien.
  • Tenslotte wordt bij de laatste twee verhittingen de onderkant van de vaas geëmailleerd. Dit gebeurt pas zo laat omdat de onderkent makkelijk is bij het vasthouden van de vaas tijdens de diverse bewerkingen.
  • De laatste laag natte emaille moet zo regelmatig mogelijk worden aangebracht. Het emaille kan m.b.v. een katoenen doekje stevig in de cloisons worden gedrukt waarna het hele oppervlak met een buigzame metalen spatel wordt aangeklopt. Als dit goed gedaan wordt hoeft na afloop niet meer zo veel te worden gepolijst.
  • Stuif lijm over het hele emaille oppervlak.
  • Na droging nogmaals in de oven verhitten

Hints

  • Zorg er steeds voor dat het emaille geheel droog is.
  • Plaats de warme vaas op een voorverwarmde driepoot voordat hij in de oven wordt geplaatst.vDenk eraan dat de temperatuur niet boven 1420 °F (770 °C) mag komen als zilver cloisonnédraad wordt gebruikt op een koperen ondergrond.
  • Verwijder oxydatielagen tussen de verschillende verhittingen.

Polijsten

  • Tamura gebruikt een polijstmachine om een symmetrische vaas, te polijsten. Pat heeft haar vaas echter met een steen gepolijst, onder stromend water (carborundumstenen van verschillende fijnheid). Dit gaf een matte finish.
  • Pat maakte haar vaas eerst schoon met een tandenborstel, een fijne doek, en water.
  • Daarna gebruikte ze een ultrasonisch schoonmaakapparaat met een weinig geconcentreerde ammonia oplossing.
  • Haal de vaas uit dit bad en droog hem goed.
  • ‘Flash-fire’ (heel snel verhitten) de vaas op 1500 °F ( 815 °C) gedurende ongeveer 30 – 60 seconden, of tot het emaille weer glanzend is, maar zeker niet de volle twee minuten. Bij een zo korte verhitting zal alleen de buitenste emaillelaag smelten. Ook het zilver zal dan niet smelten.
  • Haal de vaas uit de oven en laat hem afkoelen op een tochtvrije plaats.
  • Maak de koperen bovenrand goed schoon.

Vertaling uit het Engels: Ellen Goldman

read more

Related Posts

Share This

Cloisonné emaille op koper

jan 21, 2018 by

Staalwol en schoonmaakmiddel Om koper basismateriaal schoon en vetvrij te maken. Gebruik als schoonmaakmiddel bijv. puimsteenpoeder.

Merrill enamellers VNE

Uw lerares:

Dianne Merrill

(Engels)

Koper Puur (rood) koper om op te emailleren, in vorm gezaagd, 1 mm dik
Scalex Om het koper schoon te maken en/of om oxidatie te voorkomen (naar keuze)
Emailles 50 gram van elk, 80 mesh, opaak, transparant, opaliserend (middelhard brandende kleuren zijn standaard). Voor de onderlaag 500 gram gewassen harde transparante fondant nr 2040 (flux) en 500 gram opaak wit, nr 1010. De harde fondant moet gespoeld worden tot het water helder is, laat het drogen tussen vochtopnemend papier en bewaar in een goed af te sluiten pot. Dit noemen we het wassen van emailles; alle transparante emailles hebben deze behandeling nodig. De opgegeven nummers zijn Thompson’s ordernummers.
60 mesh zeefjes 60 mesh zeefjes (voor 80 mesh emaille), een voor elk van de twee onderlagen.
Zilver cloisonné draad Is 100% fijnzilver. Cloisonnédraad is lintvormig en kan in vele maten gebruikt worden. Bijv. 0,25x1 mm, een in Amerika standaard te verkrijgen cloisonnédraad (moeilijk te buigen). Ik gebruik een draaddikte van 0,1x1 mm. Of koop fijnzilverdraad van 0,4 mm rond en wals dit uit tot een dikte van 0,08x1 mm, ook een goede maat. Deze dunnere draden zijn zeer geschikt voor fijn, ingewikkeld werk en laten je carborundumsteen niet dichtslibben bij het afslijpen van je werk.
Gedemineraliseerd, gedistilleerd water Voor het uitwassen en verwerken van emailles. Koop een flinke voorraad.
Verstuiver of druppelfles Om water te verstuiven over nat aangebrachte emailles, de druppelfles om je stukken nat te houden terwijl je aan het werk bent.
Klyrfire (Thompson) Laat Klyrfire verdampen en indikken om de draden “vast te plakken”. Kan verdund worden met gedistilleerd water om schalen of kommen te bevochtigen als verticale vlakken geëmailleerd moeten worden.
Afsluitbare potjes Om gewassen emaille in te doen tijdens het nat opbrengen van emaille.
Stalen pincet, puntvormig Voor het hanteren, buigen en stellen van de draden.
Schaartje Een klein, recht (manicure)schaartje voor het knippen van de draden.
Spatels Kleine spatels voor het opbrengen van de natte emaille in de cellen (handgemaakt, afgedankte tandartsschrapers, wasmodelleergereedschap, paletmesjes)
Aquarelpenselen Kleine marterharen penselen (fijne punt, goed taps)om fout aangebrachte emaille of kleine stofdeeltjes van de emaille weg te nemen.
Oven Elke oven met een binnenruimte waarin je roostertjes passen is oké. Een pyrometer is noodzakelijk. Ik gebruik een Firemaster met pyrometer. Ik geef de voorkeur aan een oven waarbij de deur opengaat als een ijskastdeur, liever dan zoals bij een gasoven waarbij je over de hete deur moet buigen.
Standaardjes Om de werkstukken te ondersteunen aan de randen tijdens het branden.
Roosters Worden gebruikt om de standaardjes op te zetten zodat deze veilig in en uit de oven getild kunnen worden.
Vuurvork Om roosters in en uit de oven te zetten (een barbequevork werkt ook).
Carborundum slijpstenen Om geoxideerde randen schoon te maken en om het emaille af te slijpen.
Glasborstel Om alle sporen van slijpresten van emaille en carborundum te verwijderen, na het afslijpen. NB. Touwomwonden glasborstels gebruiken. Er zijn ook met tape omwonden glasborstels maar die kunnen gecombineerd zijn met lijm, welke in je werk kan uitlekken!
Papieren zakdoekjes/keukenrol Om overtollig water op te deppen (en alleen daarvoor gebruiken!).
Typ-papier for blotting up excess water (and only for that use).
Typing paper Om op te werken. (Gebruik geen papier waar vet in is verwerkt, dit kan het koper vervuilen, je drager, en kan later de onderlaag afstoten).
Fluorwaterstof (zuur) Om fout gebrande emaille te verwijderen. Levensgevaarlijke chemicalie indien niet volgens de richtlijnen gebruikt.
Hamerhandstuk Voor het mechanisch verwijderen van fout gebrande emaille.
NB Bovenstaande lijst is samengesteld met als doel alles aan te schaffen dat nodig is om een eigen werkplaats in te richten en om emailles te maken om ervan te leven. De hoeveelheden emailles/koper kunnen naar beneden bijgesteld worden als je het gewoon voor je plezier doet. Ik gebruik koper als ondergrond, drager. Theoretisch kan er ook op goud, zilver, staal en wellicht nog andere metalen geëmailleerd worden. De beschreven methode werkt perfekt op koper en zal je een goede werkwijze bijbrengen die ook toegepast kan worden op andere dragers. Ik geef de voorkeur aan koper vanwege kleurgebruik en kostenaspect.

 

Werkwijze voorbereiding van de ondergrond (drager)Ik werk over het algemeen aan verschillende stukken tegelijk. De meeste stukken zijn niet groter dan 7,5 cm in doorsnede, grotere moeten een minuut of zo langer gebrand worden.

Plan “A” basesCleaning

  • Neem je koperplaatjes en bedek de voorkant met scalex
  • Laat drogen
  • Bedek de achterzijde met scalex
  • Laat drogen
  • Leg de koperplaatjes op een gaasje. Brand gedurende twee minuten op ong. 760°C
  • Laat afkoelen
  • Scalex afschilferen
  • De plaatjes zijn nu schoon, dus houd ze aan de randen vast vanaf nu.

OpbollenDoor het branden is het koper uitgegloeid. Het plaatje kan in plastic folie gewikkeld worden om het schoon te houden, en met je duimen kan het in een holling in een houten blok of in een kleine kom iets bol gemaakt worden. Deze stap is naar keuze. Bij sterkere vervorming van het metaal moet nogmaals gegloeid worden.

Emailleren van de basislaag

  • Hoogsmeltende emaille! Zeer belangrijk.
  • Bedek voorkant met scalex. Laat drogen.
  • Zet de werkstukjes in een rij op houten latjes op een vel schoon papier met de achterzijde boven. Penseel een laagje Klyrfire, en zeef een dun laagje hoogsmeltende emaille over alle werkstukjes.
  • Zet ze op een gaasje, zoveel als er op kunnen.
  • Brand gedurende twee minuten op ong. 760°C
  • Laat afkoelen.
  • Schilfer de scalex af.
  • Zet rijen werkstukjes op de houten latjes, voorkant boven, voorzichtig , raak het blanke metaal niet aan. Penseel een laagje Klyrfire, zeef dan een laagje hoogsmeltende emaille over de voorkanten, gelijkmatig en dun.
  • Zet elk werkstuk op een afzonderlijk standaardje, brand drie minuten op ong. 870°C tot het emaille volledig uitgesmolten is.
  • De van fondant voorziene stukken moeten er helder en schoon uitzien. Zo niet, nogmaals branden op hogere temperatuur. Laat afkoelen terwijl je de volgende stukken brandt.
  • Met een carborundumsteen de kantjes afslijpen, onder stromend water (om het oxide te verwijderen).

Voor de basislaag gebruik ik Thompson’s harde flux nr. 2040 of Thompsons harde witte ondergrond nr. 1010, afhankelijk van het kleureffekt dat ik wens. Dit zijn beiden harde emailles die nooit door de kleurlagen heen bubbelen of tegen de wanden van de draden opkruipen. Plan “B” basesSchoonmaken

  • Clean copper with steel wool (not soap pads !!which contain lard) and cleanser, until bright and clean. Both sides, top and bottom
  • Hold by edges only and repeat to remove your fingerprints
  • Test to see if water pulls away from any surface. Rinse really well

Enameling base coats

  • Maak het koper schoon met staalwol en puimsteenpoeder. (Geen Brillo zeepsponsjes, die bevatten vet). Beide kanten moeten helder en schoon zijn.
  • Pak aan de randen vast en verwijder eventuele vingerafdrukken.
  • Test om te kijken of het stuk vetvrij is, het water moet als een film over het plaatje liggen en mag nergens wegtrekken. Goed spoelen.

NBDeze twee methoden geven je je onderlaag op je basismateriaal. De eerste methode heeft drie brandingen nodig. De tweede methode vereist een betere hand-oog coördinatie en finesse – maar je kan het met één keer branden doen. Tijdens deze brandingen kunnen standaard karakteristieken van emailles ontdekt worden:

  • De opake onderlaag vraagt iets meer hitte om glad uit te vloeien.
  • Een karakteristiek van de transparante onderlaag (flux of fondant genoemd) is dat het een roodachtig uiterlijk heeft als het bij te lage temperatuur gebrand wordt. Opnieuw branden bij hogere temperatuur maakt dat de roodachtige gloed verdwijnt en een heldere gouden onderlaag verschijnt.
  • Een groenachtige tint op beide onderlagen betekent dat het emaille iets te dun is aangebracht of dat het iets te heet gebrand is.
  • Zwarte plekjes: De lijmlaag was niet droog en is gaan koken tijdens het brandproces, er ontstaat een gaatje waardoor het koper is gaan oxideren. Alle onbedekte koper oxideert en er ontstaat een zwarte oxidelaag. Dit is een ongemak van koper en kan je werk verontreinigen (kleine zwarte spikkels in je latere werk) als het niet op de juiste manier wordt behandeld.

Het is het beste om vanaf het begin de juiste werkmethoden toe te passen en te ontwikkelen, omdat daar later de vruchten van kunnen worden geplukt.

Het draadwerk

  • Als de draad te veerkrachtig is: gloei de draad uit door het opgerold op een gaasje te leggen en het in de oven tot donkerrood te verhitten (2,5 minuut op 790°C is voldoende).
  • Teken je ontwerp op papier. Geef draaddikte en kleurschema aan (met kleurnummers!).
  • Vorm de draden volgens de tekening met pincet en vingers (NB Oostindische inkt op koper verbrandt restloos, eenvoudige kinderviltstiften ook).
  • Knip de gevormde stukjes af, doop ze in dikke Klyrfire en leg ze op de voorbereide ondergrond.
  • Plaats de draden volgens het ontwerp. Let op dat de draden niet ‘wegzwemmen’ van hun plek (Klyrfire is te waterig). Als de draden niet op de juiste plek opdrogen kan met een vochtige penseel de draad voorzichtig losgemaakt worden en op zijn plaats gelegd.
  • Terwijl je eerste stuk droogt werk je aan het volgende. (Al mijn leerlingen maken twee identieke stukken, een met een witte onderlaag en een met een fondant onderlaag.)
  • Brand 2,5 tot 3 minuten op een veilige temperatuur en de draden zullen zich vasthechten op de onderlaag.
  • Draden die niet in de onderlaag gezakt zijn kunnen met een tafelmes zachtjes aangedrukt worden (in de eerste tien tot 15 seconden na het uit de oven halen)
  • Brand nog 30 seconden
  • Laat je stuk afkoelen terwijl je het andere brandt.
  • Slijp de randen onder stromend water af met de carborundumsteen.
  • Goed naspoelen.

KleurlagenEerste kleurlaag

  • Zet je emailles klaar in schone potjes, voorzien van naam en nummer, bevochtig met gedistilleerd water.
  • Opake- en opalescente emailles kunnen direkt gebruikt worden maar transparante emailles moeten gewassen worden om slib-emaille te verwijderen.
  • Het wassen van emaille: Voeg gedistilleerd water toe aan het emaillepoeder in een glas (ik gebruik een maatglas). Schud, laat bezinken (tien tellen) en giet het melkachtige water af.
  • Vul het glas opnieuw met water, schud, laat bezinken, giet af. Herhaal dit 5, 10 of 100 keer tot het water volkomen helder is.
  • Om te testen: Schud, met een kwart glas water, tel tot drie en het water moet volkomen helder zijn. Op dit punt vul ik mijn genummerde potjes.
  • Met kleine spateltjes wordt de natte emaille opgepakt en in het juiste celletje gelegd. De juiste hoeveelheid vocht is hier het grote geheim!
  • Vul je hele ontwerp, als dat mogelijk is, en bevochtig zo nu en dan met druppelaar of penseel om alles vochtig te houden. Als je werk te nat wordt, dep voorzichtig met absorberend papier.
  • Als alles gevuld is, hopenlijk overal een dunne gelijkmatige laag , tik tegen de rand van je stuk om het emaille dichter in elkaar te laten zakken, luchtbellen te laten ontsnappen, het water boven laten komen waar je het kunt opdeppen.
  • Zet je stuk op een standaardje te drogen.
  • Werk aan je andere stukken.
  • Brand op een veilige temperatuur (790°C), alleen als je pyrometer 100% nauwkeurig is) 2,5 minuut tot alle emailles glad zijn.
  • Laat afkoelen.
  • Brand ondertussen je andere stukken.
  • Slijp de randen onder stromend water om de oxidelaag te verwijderen.
  • Kijk kritisch naar je werk om voortgang te zien, te controleren op fouten, verontreiniging, overdenk verbeteringen, enz.

Volgende kleurlagen

  • Herhaal als boven tot alle cellen gevuld zijn tot de bovenkant van de draden, of iets erboven. Sommige transparanten komen het best tot hun recht als ze in vele dunne laagjes aangebracht en gebrand worden, anders zien ze er vlekkerig uit. Sommige kleuren laten hun ware kleur pas zien na drie of vier brandingen. Sommige reageren met het zilverdraad en hebben een dun randje van een andere kleur waar ze in kontakt komen met dat metaal.
  • Als het ontwerp het toelaat om alle kleuren in een keer te vullen moet toch rekening worden gehouden met 4 tot 5 vullingen en brandingen voordat het emaille hoog genoeg is voor de eerste slijpfase. Als je te vroeg slijpt zullen de draden afslijten en een braam geven, die bij de volgende branding ingebed zal worden in het omliggende emaille. Dat is zonde, dus vul overmatig voor het slijpen.
  • Waak tegen vervuiling terwijl je verder gaat. Alles dat in kontakt komt met het emaille is een bron van vervuiling die in het emaille opgenomen wordt als een troebele waas of erger. Jouw taak als slimme waarnemer is deze variabelen uit je werkplek te verwijderen. Ik zet mijn air-conditioner of ventilator uit terwijl ik emailleer, houd mijn kat van mijn schoot, vermijd het eten van gesuikerde koekjes en neem mijn werkplek en oven dagelijks af met een vochtige doek. Ik houd rekening met mijn kleding (niet die nieuwe pluizige mohair trui). Ik houd in de gaten welke penselen ik gebruik– niet die voor het aqaurelleren. Ik leg nooit in met een penseel omdat de glaskorreltjes tot in de binder kunnen gaan zitten en er nooit meer uitgewassen kunnen worden. Ik gebruik alleen een metalen spateltje of schepje om het emaille in te leggen. Elke stap vereist behoedzame, bedachtzame beschouwing zodat er geen vervuiling in je werk kan komen.

AfwerkingEerste slijpfase

  • Gebruikmakend van een grove carborundumsteen wordt het hele vlak bewerkt, vlak, altijd onder stromend water, totdat alle draden vrij van emaille zijn. Het stromende water spoelt het slijpsel weg en fungeert als een soort kussen om barsten van het glas te voorkomen.
  • Als alle draden aangeslepen zijn ben je klaar voor de volgende stap. Dit is een blinde stap, want je kunt het verschil tussen voor en na niet zien: dus borstel het stuk grondig onder stromend water met een glasborstel in een schurende en draaiende beweging gedurende drie minuten.
  • NB Carborundum stof, indien achtergebleven op je stuk, zal in de bovenlaag inbranden en er nevelig, schuimachtig uitzien. Het kan alleen maar verwijderd worden door weer te slijpen, weer schoon te maken met de glasborstel en opnieuw te branden.
  • Droog je werkstuk en bekijk het kritisch.
  • Lage delen (niet aangeraakt door de steen en daarom nog steeds glimmend) moeten worden bijgevuld.
  • Luchtbellen moeten worden opengemaakt met een scherpe kraspen, schoonmaken met de glasborstel, dan hervullen en branden.
  • Bramen moeten eraf geschraapt worden en verwijderd.
  • Brand 2,5 minuten op veilige temperatuur, laat afkoelen.
  • Slijp de randen.

Laatste slijpfase

  • Gebruikmakend van een fijne carborundumsteen wordt het hele vlak geslepen onder stromend water totdat het gelijk en glad is en alle draden vrij liggen.
  • Nu met glasborstel compleet schoonmaken. Je kunt het verschil tussen voor en na schoonmaken niet zien. Pas op!

De laatste afwerkfaseGlansbrandenBrand 2,25 minuut op veilige temperatuur. Laat afkoelen. Slijp de randen. Resultaat is een hoogglans finish

of

Mat afgewerktNa het glansbranden kan de hoogglans weggenomen worden door in een richting te slijpen met 600 wet&dry schuurpapier (onder stromend water). Resultaat is een heel gladde finish.

NBEen laatste laagje gekleurd glas op de achterkant (contra-emaille) maakt het geheel sterker. Ik breng over het algemeen twee lagen aan en gebruik mijn favoriete kleur – tenzij er een kleur aan de voorkant is die barstjes vertoont of tekenen van spanning in dat geval gebruik ik die kleur. Gewoonlijk gaan de barsten aan de voorkant hierdoor weg.

Klaar!!

Dianne MerrillDiane Merrill is a twenty-seven year resident of Marin County, California, USA. Born and raised on a New England farm she had the constant encouragement by her naturalist mother and artistic father. Creativity and experimentation were as natural as breathing.

While at the University of New Hampshire her first interests were pen & ink and monoprinting, later giving way to her first serious art form: cloisonné enameling. This she learned in the late sixties from her parents, Marianne & Andrew Pfeiffer, family friend Margaret Seeler, and William Helwig. She further developed these skills in the early seventies while attending Arizona State University and working as a local production silversmith. She began her professional enameling career in the Bay Area in the mid-seventies doing select street fairs while teaching cloisonné enameling at College of Marin and, in the early eighties, Dominican College. She holds two valid California Community College Instructor Credentials and over the years has taught artwork to hundreds of adults privately, in small workshops and in college classrooms.

In the late seventies she joined the Society for Creative Anachronism (SCA), a Medieval and Renaissance recreation group, which developed in her an interest and curiosity regarding the fine details and careful workmanship used by earlier artisans in the making and decorating of every kind of ware. This has led to an eclectic study (including early embellished papers) which is still growing. She took a class in Islamic Art History and is now excited to be learning the techniques of miniature painting and illuminated manuscripts by copying the originals.

In 1991 she shifted from cloisonné enameling to another ancient Oriental art form, gyotaku (also known as fish rubbing), which she prints on her handmade papers. These are now sold across the USA.

For twenty-two years she has worked with the public at Kaiser Hospital under very stressful conditions and has reduced the anxiety and warmed the hearts of many patients. She is constantly being praised for her smiles and compassion in a fearful environment. She loves working with people and her talent in this department glows.

Diane has held many private classes and workshops all over the country in various disciplines; some medieval and some modern. Her enthusiasm and cheerfulness makes her classes entertaining as well as artistically satisfying. She clearly loves to teach. Techniques that are very old, difficult or obscure appeal the most to her. In her classes students learn how ancient crafts evolved through the centuries to the present.

Currently Diane judges for the Sonoma County Fair committee in both the Arts and Crafts Divisions. She teaches workshops through the SCA and is on the College of Marin curricula, teaching Jewelry – Cloisonné Enameling. She administers and teaches her Hand and Spirit Art Therapy Program to the elderly and ill in Marin.

read more

Related Posts

Share This

Cloisonné Enameling on Copper

jan 21, 2018 by

 

Steel wool & cleanser for cleaning oil from base metal (usually copper).

Merrill enamellers VNE

Your teacher: Dianne Merrill

Copper for enameling; pure, cut to shape: 18 ga.
Scalex for cleaning copper and/or preventing firescale (optional)
Enamels 2 oz each, 80 mesh, opaques, transparents opalescents (medium fusing colors are standard, ask to make sure), 1 lb. washed hard fusing transparent undercoat (called “flux“) #2040, 1 lb. undercoat opaque white #1010. The hard flux should be rinsed again and again until water is clear, let dry between paper towels and store in covered jar. This is called washing your enamels and all transparent enamels will need this treatment (numbers given are Thompson’s ordering numbers).
60 mesh sifters  60 mesh sifters (for 80 mesh enamels) one for each of the 2 under coats.
Silver cloisonné wire It is 100% pure silver. It is ribbon shaped and the commercial wire is .010” thick and .040” high. Hard to bend!!
Silver cloisonné wire .004” thick by .040” high is what I use. (Note! This is 0.5 the thickness of commercial wire). Roll previous wire through a rolling mill to get another nice size. Or buy pure silver wire .016″ diameter round and roll down, .014″ diameter will make cloisonné ribbon .003 x .040, another good size. These finer wires are more suitable for fine, intricate work and do not clog your carborundum stones when you file down your work (Hauser and Miller is where I buy the wire).
Hydrofloric acid for destroying fired enamel when removing errors. Diane suggests using a hammer instead, as unlike Hydro Floric acid, hammers don’t cause cancer when used improperly. Hammer method even usable on gold.
Demineralized water used in contact with enamels or Purified water or Distilled water (both are bottled and regularly available at supermarkets these days).
Atomizer or eyedropper De Vilbiss atomizer #7 for spraying water over wet packed pieces (drugstore) or eyedropper for keeping your pieces wet while working (drugstore).
Klyrfire allow to evaporate and thicken to “glue” down wires. May be thinned with distilled water for saturating bowls and cups when enameling vertical or upside down surfaces.
Covered jars Covered jars for holding enamels while wet packing (tackle supply houses carry an item called: tackle-stacks. clear jars. screw caps. all plastic) .
Tweezers Tweezers surgical quality, pointed, for manipulating, bending and setting wires (Micro-Mark mail order is best pricewise & your local surgical supplyhouse also carries these).
Scissors Scissors tiny, straight manicure type for cutting wires. (Micro-Mark or the neighborhood drugstore).
spatulas Tiny “spatulas” for lifting wet enamels from jars to cloisons ( homemade, art store, Micro-Mark, leftover dentists scrapers, waxworking modeling tools).
water color brushes Small red sable water color brushes for lifting misplaced enamel 00 (double aught) very fine tip well tapered. (Micro-Mark or your favourite art store).
Purified water get a gallon (grocery store).
Kiln Allcraft model 88 (which has chamber 8” x 8” x 4”) with pyrometer is good. I use a Firemaster w/ pyrometer. (Any kiln with a chamber which will fit your trivets will be ok. I prefer the door which opens like a refrigerator – rather than like a gas oven – so I am not leaning over a hot door. You will certainly need a pyrometer) .
Trivets for supporting pieces by the edges during firing.
Mesh bases to put under trivets so they can be safely lifted in and out of kiln.Firing Fork for lifting mesh, and trivets in and out of kiln (barbecue fork is ok, too).
Table knife for pushing any loose wires into molten enamel during first 10-15 seconds after coming out of kiln (butter knife, or cake icing spreader).
Carborundum grinding stones for cleaning firescale off edges and grinding (Norton Company, Worcester, Mass 01606) or Scotch stones for knife sharpening may be substituted.
Glass brush for cleaning all traces of grinding residue from, enamel after stoning. This item continues to bring trouble to me. You do not want the product wrapped in tape, or plastic. The one bound in string is what I use. It has no secondary residue/adhesive which can leak off into your work. Apparently during manufacturing glass brushes are sometimes combined with an adhesive – horrible for us. So make sure these are the string bound variety.
Paper towels for blotting up excess water (and only for that use).
Typing paper to work upon (not to be exchanged with paper towels which contain LARD and contaminate bare copper – your base – and may later repel the undercoat).
Note The above list is compiled for the purpose of purchasing EVERYthing you need to open up your own studio and make enamels for a living. The quantities of enamels/copper could be adjusted down if you are just having fun.
Also note that the writer is using copper as a base. Theoretically you can also enamel on gold, silver, sterling, steel and probably others as well. The following recipe works perfectly on copper and will teach you good habits which can carry over into your working with the other bases. Gold and silver are easier to enamel than copper. I just prefer copper for cost and color reasons and, therefore, have used it exclusively.

 

Procedure for preparing the basesI generally work on several pieces at once. Most of my pieces are less than 3” in diameter, larger ones take a minute or so longer to fire.

Plan “A” basesCleaning

  • Take your copper pieces and paint fronts with scalex
  • Let dry
  • Paint backs with Scalex
  • Let dry
  • Lay them on a mesh base. Fire for 2 minutes at about 1400 °F
  • Let cool
  • Peel off scalex
  • Pieces are now clean so hold by edge only from now on

DomingThe firing above has annealed your copper. You may wrap your base in a piece of plastic film to keep it clean and with your thumbs push it into a curved depression in a piece of wood or a little bowl. This step is optional. It lessens the possibility of warpage if you pre-warp your metal, especially in larger work.

Enameling base coats

  • (Hard Fusing Glass Utterly Important!!)
  • Paint scalex on front. Let it dry.
  • Set rows of pieces on tongue depressors on sheet of clean paper with the unpainted backs up. Brush on a layer of Klyrfire adhesive then sift a thin layer of hard fusing enamel over them all at one time.
  • Put them on a mesh base as many as fit on.
  • Fire 2 minutes at about 1400 °F.
  • Let cool.
  • Peel off scalex.
  • Set rows of pieces on tongue depressors, fronts up, being careful not to touch the bare metal. Brush on a layer of Klyrfire then sift hard fusing undercoat over fronts, even and thin.
  • Set each piece on a trivet, fire 3 minutes at about 1600 °F till thoroughly mature.
  • Fluxed pieces should look clear and clean. If not, refire at higher temperature until they are.
  • Let cool while you fire next ones.
  • Stone edges under running water with carborundum stone to clean firescale

For base coats I use Thompsons hard flux #2040 or Thompsons hard white undercoat #1010 depending on color effect I desire. These are both hard enamels and never bubble through the color coats nor leak up the sides of the wire.
Plan “B” basesCleaning

  • Clean copper with steel wool (not soap pads !!which contain lard) and cleanser, until bright and clean. Both sides, top and bottom
  • Hold by edges only and repeat to remove your fingerprints
  • Test to see if water pulls away from any surface. Rinse really well

Enameling base coats

  • Place backs up (concave side)on your typing paper(not paper towels)
  • Brush with Klyrfire and sift on an even layer of hard fusing enamel
  • Saturate with Klyrfire
  • Let dry
  • Turn over. Hand hold by edges only while brushing on Klyrfire to front side and sifting layer of undercoat to front. A thin even coat is best
  • Place in a quiet place on a trivet to dry while doing others. LET DRY
  • Fire at 1600 °F for 3 minutes or until smooth and mature
  • Cool
  • Clean edge

NoteThese two methods give you your undercoat over your base. One method requires three firings. The other method does require better hand-eye coordination and finesse – but you can do it in one firing. You will also discover during these firings some standard characteristics of enamels:

  • the opaque undercoat, being opaque, takes a little more heat to get smooth
  • A characteristic of the transparent (also called “flux”) undercoat is that it has a blushing, reddish appearance if it is underfired. Refiring at a hotter temperature will make the blush go away and it will turn a pure, clear gold
  • A greenish tint on either undercoat is a clue that the enamel is a bit too thin, or was fired a bit to hot
  • Black spots indicate a hole where the not-dry adhesive boiled and/or the exposed copper turned black with firescale. All exposed copper will turn black with firescale. It is an inconvenience of copper & causes contamination (little blacks specks in your later work) if not handled properly.

Good work habits are well worth developing here and will reward you as you progress.

Wire Work

  • Anneal your wire by laying coils on a wire mesh and firing in your kiln to dull red if you find your wire is springy (2.5 minutes at 1450 °F – about 790 °V – or so is plenty)
  • Draw your design on paper. Mark wire thickness and color scheme
  • With tweezers and fingers shape wires to conform to your drawing (note: India ink on copper will burn away without a trace)
  • Cut shaped sections off, dip into thick Klyrfire and place on your prepared base
  • Arrange your wires to match your design. Watch that wires don’t “swim” away from their intended place (Klyrfire is too watered). Should wires dry in the wrong position, moisten area with a wet sable brush until wire comes loose and can be repositioned
  • While your first piece dries, do the next (all my students do two identical pieces – one on the white undercoat and one on the flux undercoat)
  • Fire at safe temperature for 2.5 to 3 minutes and wires will adhere minutely to base coat
  • With your table knife gently tap down any wires that have not laid themselves into the base coat
  • Fire for another 30 seconds
  • Let your piece cool, while you fire others
  • Stone edge under running water with the carborundum stone
  • Rinse

ColoringFirst color coat

  • Put enamels into clean jars, marked with the name and number, wet with distilled water
  • Opaques and opalescents are ready to use but transparents must be washed to clean them of oxidized fine particles
  • Add distilled water to the transparent powder in a glass (I use a measuring cup). Agitate, let settle to the count of ten (lessen the count as you proceed) and pour off the milky water
  • Refill the glass with water, agitate, settle, pour away
  • Repeat this 5, 10, or 100 times until water is perfectly clear
  • To test: agitate, with ¼ cup water, count to 3 and water should be perfectly clear. I decant this into my clean marked jars at this point
  • With spatulas pick up tiny dabs of wet enamel and put each dab into the appropriate cloison. The right amount of wetness is the secret here!
  • Fill your entire design, if you can, and give an occasional drip with your eyedropper or sable brush to keep everything damp. If things get too wet, blot gently with a paper towel
  • When you’ve filled all you can, hopefully a nice thin even coat on all spaces, tap the copper edge of your piece several times to settle the enamel, drive off air bubbles, bring water to the top where you can blot it away
  • Set your piece on a trivet to dry
  • Do your other pieces
  • Fire at safe temperature (1450 °F only if your pyrometer is 100% accurate) for about 2.5 minutes till enamels are smooth
  • Let cool
  • Meanwhile fire others
  • Stone edges under running water to remove fire scale
  • Examine your work to see progress, to check for errors, contamination, consider improvements, etc.

Next color coats

  • Repeat as above until all colors are filled up to or above the tops of the wires. Some transparents are best when applied and fired in many thin coats or they look patchy. Some colors will not show their true color until three or four firings. Some react with the silver wire and have a thin edge of a different color where they come in contact with that metal
  • When the design allows you to apply all the colours in one filling, it usually takes 4-5 fillings and firings before the enamel is high enough for the first stoning. If you stone too soon, the wires will fray and burr leaving the debris to become imbedded in the adjoining enamel during the next firing. That is a shame. So fill generously before grinding
  • Watch for contamination as you proceed. Anything that comes into contact with the enamel is a source for debris which becomes embedded into your enamel as a fuzzy haze or worse at the next firing. Your job as an astute observer is to remove these variables from your studio. I have learned to turn off the air conditioner or fan while enameling, to keep the cat off my lap, avoid eating sugar dusted cookies, to wash my enameling desk and kiln surfaces daily. I notice which clothes I wear – not that new shedding mohair sweater. I consider which brushes I use – not the one used for watercolor. I never inlay with a brush because the glass can work up into the ferule and never be cleaned out, I only use a metal scraper or trowel for inlaying the enamel. Each step needs careful, thoughtful consideration so contaminants do not get into your work.

FinishingPreliminary stoning

  • Using your coarser stone, work across your whole piece, flat, always under running water, until all tops of wires are cleaned of enamel. The running water carries away the abrasive and acts as a cushion to prevent cracking of the glass
  • Having exposed all the wires along every tiny millimeter of it’s length you are ready for the next step. This is a blind step as you cannot see the difference between before and after: so with the glass brush, brush the piece thoroughly under running water in a scouring, circular motion for three minutes
  • Note
    Carborundum dust , if left on your piece, will fire into the top of the enamel with a foggy, scummy look. It can be removed only by stoning again, and re-cleaning with a glass brush and refiring your enamel.
  • Dry your piece, and examine
  • Low-spots (not touched by stone and therefore still shiny) need to be filled
  • Air bubbles should be opened with a sharp scribe, cleaned with a glass brush then refilled and fired
  • Burrs have to be scraped and lifted sway
  • Fire at safe temperature for 2.5 minutes, cool
  • Stone the edge.

Last stoning

  • Using finer carborundum file go over entire piece under running water until it is even, smooth and all wires clear
  • Now glass brush to clean completely. You cannot see the difference before or after glass brushing. Beware!

Final finishingFire finishFire at safe temperature for 2.25 minutes. Cool. Stone edge. Result is a highly glossy finish!

or

Mat finishAfter fire polishing take 600 wet or dry sand paper and buff under running water in one direction until gloss is removed. Result is a very smooth finish!

Note!A final layer of colored glass on the back (called “counter enamel”) is a good idea for strength. I generally do two of these and use my favourite color – unless there is one color on the front which is cracked or giving signs of stress, in which case I use that color. This usually removes the cracks entirely from the front.

Finished!!

Dianne MerrillDiane Merrill is a twenty-seven year resident of Marin County, California, USA. Born and raised on a New England farm she had the constant encouragement by her naturalist mother and artistic father. Creativity and experimentation were as natural as breathing.

While at the University of New Hampshire her first interests were pen & ink and monoprinting, later giving way to her first serious art form: cloisonné enameling. This she learned in the late sixties from her parents, Marianne & Andrew Pfeiffer, family friend Margaret Seeler, and William Helwig. She further developed these skills in the early seventies while attending Arizona State University and working as a local production silversmith. She began her professional enameling career in the Bay Area in the mid-seventies doing select street fairs while teaching cloisonné enameling at College of Marin and, in the early eighties, Dominican College. She holds two valid California Community College Instructor Credentials and over the years has taught artwork to hundreds of adults privately, in small workshops and in college classrooms.

In the late seventies she joined the Society for Creative Anachronism (SCA), a Medieval and Renaissance recreation group, which developed in her an interest and curiosity regarding the fine details and careful workmanship used by earlier artisans in the making and decorating of every kind of ware. This has led to an eclectic study (including early embellished papers) which is still growing. She took a class in Islamic Art History and is now excited to be learning the techniques of miniature painting and illuminated manuscripts by copying the originals.

In 1991 she shifted from cloisonné enameling to another ancient Oriental art form, gyotaku (also known as fish rubbing), which she prints on her handmade papers. These are now sold across the USA.

For twenty-two years she has worked with the public at Kaiser Hospital under very stressful conditions and has reduced the anxiety and warmed the hearts of many patients. She is constantly being praised for her smiles and compassion in a fearful environment. She loves working with people and her talent in this department glows.

Diane has held many private classes and workshops all over the country in various disciplines; some medieval and some modern. Her enthusiasm and cheerfulness makes her classes entertaining as well as artistically satisfying. She clearly loves to teach. Techniques that are very old, difficult or obscure appeal the most to her. In her classes students learn how ancient crafts evolved through the centuries to the present.

Currently Diane judges for the Sonoma County Fair committee in both the Arts and Crafts Divisions. She teaches workshops through the SCA and is on the College of Marin curricula, teaching Jewelry – Cloisonné Enameling. She administers and teaches her Hand and Spirit Art Therapy Program to the elderly and ill in Marin.

    

read more

Related Posts

Share This

Scroll Up