Moderne emailleerovens De ontwikkeling die de emailleeroven de laatste eeuw heeft doorgemaakt kan men in de ware zin van het woord revolutionair noemen. Het is bekend dat in de vroegste tijden houtskool als brandstof werd gebruikt en dat er van een echte oven nauwelijks sprake was. Theophilus (circa 1100 n. Chr.) smelt zijn emailles op de volgende wijze:
“Neem lange stukken houtskool en breng deze tot vlammen. Maak daartussen een ruimte vrij die met een houten hamer wordt vastgeklopt. Neem een stuk ijzer met een steel dat met een tang kan worden vastgehouden. Leg daarop het te emailleren stuk metaal en bedek dit met een metalen kap, die geheel doorboord is met fijne gaatjes. Deze moeten aan de binnenzijde wijd zijn en aan de buitenzijde nauw, zodat geen as in de kap kan binnendringen.

Het ijzer wordt nu in de gloeiende ruimte gelegd en met houtskool bedekt. Dit moet zodanig gebeuren dat aan alle zijden voldoende houtskool aanwezig is. Met een blaasbalg en de vleugel van een grote vogel die aan een stok bevestigd is moet van alle kanten lucht worden toegewaaid en wel zo lang tot men door het houtskool heen kan zien dat de openingen in het ijzer van binnen uit witgloeiend staan. Houdt dan op met blazen, neem stuk voor stuk het houtskool weg tot alles verwijderd is en wacht totdat de openingen in het ijzer zwart zien. Neem dan het ijzer uit de oven en leg het in een hoek waar het langzaam verder kan afkoelen. Daarna kan het ijzer worden geopend en het email eruit worden genomen.” Deze samenvatting van de tekst van de breedsprakige Theophilus maakt dat er niet veel verbeeldingskracht voor nodig is om zich een indruk te vormen van de middeleeuwse werkwijze. Daaruit blijkt duidelijk dat op geen enkele wijze tijdens de verhitting van het email kon worden gecontroleerd hoe ver het smeltproces was gevorderd. Vele eeuwen lang is de boven omschreven verhittingswijze de enige geweest die men kende en voor mogelijk hield.

Pas na de invoering van het gebruik van steenkool komt daarin verandering. Men komt dan tot de bouw van kleine moffelovens. Deze bestaan uit een binnenruimte van vuurvaste steen die met een deur kan worden afgesloten, de zo genaamde moffel of kapsel. Daar omheen wordt de warmte geleid. Bij de oven die met steenkool werd gestookt was dit een stookruimte met daarboven de moffel en midden boven deze moffel het trekgat of de schoorsteen. De geproduceerde warmte werd daarbij omsloten en vastgehouden door een wand van isolatiesteen die werd bijeengehouden door een metalen ovenhuis. Daar de moffelruimte geheel was afgesloten konden geen as of roetdeeltjes het uitsmeltende email bereiken. Hetzelfde ovensysteem werd toegepast bij het uitsmelten van glazuren op aardewerk.

De moffeloven is lange tijd in gebruik gebleven, hoewel de brandstoffen met de tijd aan verandering onderhevig waren. Er kwamen moffelovens waarbij de brandstof bestond uit cokes, uit lichtgas, terwijl later ook olie werd gebruikt, en in de laatste jaren butaangas of propaangas. Deze worden uitsluitend gebruikt bij de vervaardiging van industriële emailles, zoals badkuipen en dergelijke.

Het gebruik van elektriciteit maakt het principe van een moffeloven overbodig. Hierbij is geen sprake van as of roetvorming, zodat de verwarmingsbron aan de binnenzijde van de oven kan worden aangebracht. Dit brengt met zich mede dat de ovens die voor het emailleren van kleine stukken zoals sieraden en kleine gebruiksvoorwerpen gebruikt worden, steeds kleiner van omvang worden. En met het kleiner worden van het formaat wordt de aanschaffingsprijs van de ovens steeds lager. Dit brengt het emailleren binnen het bereik van de hobbyist.

Voor grote emailleerovens gebruikt men thans het type kameroven. Dit is een meestal kubusvormige oven met een deur aan de voorzij de. Dit soort ovens wordt gebruikt in produktiebedrijven waar het er om gaat een groot aantal stukken gelijktijdig te verhitten.

Voor de edelsmid en de hobbyist onderscheidt men drie verschillende oventypes, die tevens drie verschillende prijsklassen omvatten. In de eerste plaats is er de conventionele emailleeroven. Dit is een verkleinde uitgave van de hierboven genoemde produktieoven en bestaat uit een kleine ovenruimte van circa 11½ x 13½ cm bij een hoogte van ongeveer 7½ cm. De verwarmingselementen zijn in de zijwanden gelegd en kunnen zo nodig gemakkelijk worden vervangen. De oven is aan de voorkant voorzien van een klapdeurtje.

De tijd nodig om een dergelijk oventje op werktemperatuur te brengen is afhankelijk van het vermogen en ligt bij het merendeel daarvan op omstreeks dertig minuten. Teneinde de aanlooptijd van dit soort ovens te bekorten voert men vaak het vermogen op. Dit heeft evenwel het nadeel dat de werktemperatuur, dat is de temperatuur waarop de emailles uitsmelten, wordt overschreden. Niet zelden ziet men emailleerovens aangeboden waarbij staat aangegeven: temperatuurbereik 1000-1100 °C. Een dergelijke temperatuur ligt echter veel te hoog. Rood koper smelt bij 1083 °C. geheel en al. Uiteraard is daarmede rekening gehouden bij de samenstelling van alle emailsoorten. Bij hogere temperaturen ziet men dan ook al gauw verbrandingsverschijnselen optreden. Dit gebeurt het eerste aan de randen, die dan zwart blakeren. Is de oven schakelbaar, dan is een hoog temperatuurbereik een voordeel.

Het voordeel van de miniatuur kamerovens is dat men er gemakkelijk wat hogere stukken zoals schaaltjes en dergelijke in kan emailleren. Beoogt men dit, dan is dit type oven het meest geschikt te achten. Men zal dan echter terwille van het resultaat een oven met een kleiner vermogen en een langere aanlooptijd verkiezen boven een oven met een korte aanlooptijd en een te hoge werktemperatuur. De prijs van een dergelijk oventje ligt, afhankelijk van de kwaliteit en wijze van uitvoering, juist iets onder de f 100,-. Er dient daarbij nog enig ovengereedschap te worden aangeschaft, bestaande uit een treefje van roestvrij staal (gewoon ijzer oxydeert tijdens de verhitting, waarbij schilfers van het metaal afspringen en op de emaillaag terechtkomen), een roestvrij stalen schepje, een aantal drie-angels en dergelijke.

NB: De hierna volgende weergegeven tekst anno 1970 past niet meer bij de huidige situatie: de beschreven ovens zijn niet meer verkrijgbaar.

  1. Zie voor huidige leveranciers van emailleerovens onze lijst van leveranciers.
  2. Zie ook de resultaten van een enquête waaraan een moderne emailleeroven moet voldoen.
Een bijzonder fraaie oven is de combinatie-kameroven die voor emailleren, zowel als voor pottenbakken en glasbuigen gebruikt kan worden. Deze oven, die een inhoud heeft van 23 x 26 x 11 cm³, is geschikt voor grotere wandplaten en schalen. Ook lage bekers en vaasjes kunnen hierin worden geëmailleerd. Deze oven is minder geschikt voor beginnelingen omdat de inhoud zo groot is, maar voor de ervaren emailleur is dit een ideale maat. De oven is regelbaar met een traploze schakelaar. Voor het emailleren wordt de oven circa 50 minuten op “Full” geschakeld en daarna op stand 4 teruggeschakeld. Het vermogen is slechts 1100 Watt, zodat de oven op elk geaard stopcontact kan worden aangesloten. De verwarmingselementen zijn in de zij en achterwanden gelegd. Het klapdeurtje aan de voorzijde is voorzien van een vertikale gleuf, afgedekt met hittebestendig glas, zodat men de inhoud van de oven goed onder controle kan houden. Deze oven kan ook worden voorzien van een pyrometer, zodat men de temperatuur kan aflezen en deze zo geheel en al onder controle kan houden. De prijs van deze combinatie-oven bedraagt f 330,- en de prijs van de pyrometer is f 155,-. Fabrikaat: Keramisch Instituut Haarlem.

Een zeer eenvoudig, goed en goedkoop hobby-oventje wordt uitgebracht door Handelsonderneming EPAM. Dit is een klein rond oventje dat is afgedekt met een roestvrij stalen kapje. Soortgelijke oventjes zijn ook verkrijgbaar met een aluminium kapje, dat echter niet bestand is tegen hoge temperaturen en spoedig verbranden zal. De prijs van het Epam Oventje is ca. f 45,-.

Een derde oven - en naar onze mening het meest ideale - bestaat uit een ronde, vlakke plaat waarin de verwarmingselementen zijn ondergebracht. Daarover welft een kap van hoogvuurvast glas, rustend op een wattenachtige isolatierand. Het gebruik van het nieuwste isolatiemateriaal maakt het mogelijk in dit oventje een temperatuur te bereiken die ligt tussen 850 en 900 °C, dus juist het smeltpunt van de Degussaemailles.
Omdat de toegevoerde warmte en het warmteverlies dat door de glazen kap ontstaat met elkaar in evenwicht blijven, is oververhitting en dus verbranding van de emailles onmogelijk. Bij acht uur durende demonstraties is gebleken dat de temperatuur die in het eerste kwartier werd bereikt gelijk was aan de temperatuur die aan het einde van de demonstratie werd gemeten. De aanlooptijd die nodig is om de juiste werktemperatuur te bereiken is ongeveer 5 minuten. Dit kan door geen ander oventype worden geëvenaard.
Door de glazen kap kan men het smeltproces van het email op de voet volgen en op het juiste moment onderbreken indien de toe te passen techniek dit vereist, zoals bij voorbeeld bij craqueléemail het geval is. Omdat dit oventje van alle zijden toegankelijk is, is het bijzonder geschikt voor werken in groepsverband. Het gehele bodemoppervlak van 12 cm kan benut worden.

De glazen kap vervangt tevens de soldeerbout. Een gasvlam of een soldeerboutje geven vaak een te plaatselijke verhitting van het geemailleerde stuk, waardoor het email aan inwendige spanningen onderhevig wordt gemaakt zodat dit kan gaan scheuren of loslaten. Door de stukken met de geemailleerde zijde op de glazen kap te leggen wordt een zeer gelijkmatige verhitting bereikt. Indien men met harskernsoldeer op het tevoren blankgeschuurde metaal een dunne lijn trekt het soldeersel smelt bij de eerste aanraking met het hete metaal kan men daarop een brochespeldje leggen, aandrukken en het geheel met een pincet van de kap afnemen.
Na afkoeling is dan het speldje, de oorclip of wat het zijn moge, zo sterk aan het geemailleerde stuk gehecht dat van loslaten geen sprake meer kan zijn. Soldeersel hecht niet aan glas, zodat de kap er niet door kan worden verontreinigd.
Op dit oventje, dat ontwikkeld is en gefabriceerd wordt door het Keramisch Instituut Haarlem, zijn ook buitenlandse octrooien van kracht of aangevraagd. Het wordt geleverd met alle toebehoren, roestvrij stalen treefje, roestvrij stalen schepje, 26 kleuren email die qua smelttemperatuur behoren bij de oven, koper en ijzerwerk, fournituren, soldeer, ScotchBrite voor koper, Sparex, zeefje en pincet. De prijs bedraagt f 127,50, compleet in stevige kartonnen doos. Alle onderdelen zijn vervangbaar.

Elk merk email is te gebruiken in dit oventje. De beste resultaten worden evenwel bereikt wanneer men email gebruikt dat een smelttemperatuur heeft van 800 tot 900 °C, dus emailles met een hoogliggend smeltpunt. Hierbij behoort het euvel van verbranding, dat bij elk ander soort oven kan optreden, tot het verleden.
Wil men gaan emailleren, dan komt uiteraard eerst de aanschaffing van een oventje aan de orde. De keuze die men daarbij doet wordt niet uitsluitend bepaald door het systeem van branden, maar mede door de prijs die men kan en wil besteden. Te goedkope oventjes voldoen zelden. Het gaat ermee zoals met fotograferen: hoe beter men dat kan, des te eenvoudiger kan de te gebruiken camera zijn. Een camera daarentegen met automatische afstand en belichtingsmeter geeft zelfs goede foto’s uit de handen van een kind. Zo is het eveneens het geval wanneer men een emailleeroven aanschaft: hoe goedkoper het apparaat, des te meer deskundigheid vereist wordt.

Een kort woord willen wij nog wijden aan het emailleren met behulp van een bunsenbrander, dat is een normale laboratoriumbrander. Ook hiermede zijn goede resultaten mogelijk, mits men zorgt voor een gelijkmatige, dubbelzijdige verhitting van de te emailleren stukken. Deze dubbelzijdige verhitting houdt in dat men over meerdere branders moet kunnen beschikken. De onderste bunsenbrander dient onder een driepootje met een ronde bovenring te staan. Daarop wordt een roestvrij stalen treefje gelegd of een stukje gaas van roestvrij staal. Het te verhitten stuk wordt daarop gelegd waarbij men er voor zorgdraagt dat de vlam van de brander niet te heet wordt afgesteld. De tweede bunsenbrander houdt men in de hand en men laat de vlam voorzichtig over de uit te smelten emaillaag spelen.

Beschikt men over een geschikte lichtgasaansluiting, dan kan men daarvan gebruik maken. Beter is het gebruik van propaangas. De mening dat het gebruik van bunsenbranders inhoudt dat men goed en goedkoop emailleert kunnen wij niet delen. De aanschafprijs van de beide bunsen­branders, tezamen met een fles propaangas die voorzien moet zijn van een dubbel mondstuk, de driepoot en het treefje ligt nauwelijks lager dan de aanschafprijs van een oventje. Daar oververhitting bij het gebruik van bunsenbranders veelvuldig optreedt moet de voorkeur worden gegeven aan het gebruik van een emailleeroven.


Wat men nog meer nodig heeft Heeft men zijn keuze op een bepaalde oven laten vallen en deze in zijn bezit, dan kan men verder volstaan met een uitermate bescheiden uitrusting. Dit is echter niet het geval wanneer men ook het te emailleren metaal wil gaan bewerken. Dan zal men velerlei gereedschap dienen aan te schaffen, wat de beginkosten hoger maakt.

Naar onze ervaring kan men veel beter gebruik maken van stansvormen. Dit zijn vormen van rood koper die in velerlei modellen verkrijgbaar zijn en die bedoeld zijn als basismodellen waaruit men zelf sieraden naar eigen inzicht kan samenstellen. Anders komt in de praktijk het emailleren er niet zelden op neer dat men zo veel tijd besteedt aan het uitzagen, op spanning brengen en gladvijlen van het metaal dat men nauwelijks aan emailleren toekomt. Uit de resultaten ziet men al te vaak dat daarmee alle energie is opgebruikt en dat het emailleren zich beperkt heeft tot het kleuren van het metaal. Dit is heel jammer, want daarmee gaat men voorbij aan de vele mogelijkheden die het emailleren biedt en men zal nauwelijks enige ervaring daarin kunnen krijgen.

Voor het emailleren van roodkoperen stansvormen heeft men het volgende materiaal en gereedschap nodig:

Daarbij komen dan nog emailpoeder en een aantal metaalvormen. Emailpoeder is uiterst zuinig in het gebruik en het is daarom aan te bevelen om van elke kleur de kleinst mogelijke hoeveelheid aan te schaffen, bij voorbeeld 50 gram. Men onderscheidt, binnen de reeds eerder genoemde emailles met een hoog of met een laag smeltpunt, twee soorten email, namelijk de doorzichtige gekleurde en de ondoorzichtige gekleurde. Bij de doorzichtige emailles ziet men na het uit smelten de weerschijn van het metaal door het email heen. Bij de ondoorzichtige wordt het metaal geheel afgedekt, Het is raadzaam beide soorten te proberen om het materiaal te leren kennen.