Modern emailleerwerk Lange, zeer lange tijd is er een hiaat geweest en werd de emailleerkunst nauwelijks beoefend. Wel was er hier en daar een korte opleving, maar niet in die mate dat zich een eigentijdse stijl of techniek kon ontwikkelen. De tijd van het kunstambacht raakte voorbij en voor industriŽle doeleinden was email uitsluitend geschikt voor keukengerei en sanitair.

Ten tijde van de Jugendstil kwam er weer een opleving die een grote belofte inhield. Met toenemend vakmanschap werden belangrijke prestaties geleverd. De kring van belangstellenden bleek evenwel te klein om deze kunst levend te houden.

Enkele jaren geleden is, mede onder invloed van de Skandinavische landen, een hernieuwde belangstelling voor emailles en de emailleerkunst ontstaan. Deze neemt stormenderhand toe en heeft tot resultaat dat de ogen weer opengaan voor de wonderen van de min of meer vergeten kunst uit vroeger tijden.

Bij de kerkelijke kunst is het emailleren nooit geheel en al in het vergeetboek geraakt, hoewel het ook daar nauwelijks van belang geacht werd. Toch zijn het juist de vervaardigers van kerkelijke kunst die een nieuwe stoot hebben gegeven aan het emailleren.

In wezen is de emailleerkunst steeds een miniatuurkunst geweest. Of het nu ging om ikonen, kleine triptiekjes, reliek≠schrijnen of sieraden, altijd had men met betrekkelijk kleine stukken email te doen. En wanneer het grotere stukken be≠trof waren deze steeds uit kleinere stukken samengesteld.
Dit is thans niet meer het geval. Door de grotere materiaalkennis en de verbeterde apparatuur is het mogelijk geworden wandemailles te vervaardigen van veel grotere afmetingen dan voorheen en stukken emailleerwerk van 1 m² zijn dan ook geen zeldzaamheid meer.

Belangrijke namen op het gebied van de emailleerkunst zijn die van de Zwitser Meinhardt Burch, die naast een verbluffend vakmanschap grote artistieke gaven bezit. Van bijzondere schoonheid zijn de driedimensionale muuremailles van de Amerikaan Paul Hultberg, die zich ook in de kunst van het vlak een meester betoont. De Zweden Sigurd Perrson en Stig Lindberg, de laatste ook pottenbakker van professie, hebben terecht een onmiskenbare invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van de hedendaagse emailleerkunst. Andere belangrijke namen zijn die van de Noor David Anderson, de Amerikanen Oppi Untracht, Peter Ostuni en Hortense Isenberg en de Fransman Boris Veisbrot. Verreweg de belangrijkste plaats onder de Nederlandse emailleurs wordt ingenomen door Joanna Brom, die een bijzonder grote vakbekwaamheid bezit. Het in samenwerking met Annie van Schaick vervaardigde collier van gouden maskertjes met emailschakels behoort stellig tot de belangrijkste stukken emailleerkunst in Nederland.

Van een geheel andere schoonheid getuigt het werk van Loek Lafeber. Deze graficus van oorsprong vervaardigde gedurende zijn latere emailleursloopbaan vrijwel uitsluitend kerkelijke kunst. Uiteraard laat deze minder vrijheden dan de profane kunstuitingen toestaan. Het zijn juist deze laatste die sterk de aandacht trekken. Zijn wandpaneeltjes laten een geheel eigen materiaalbehandeling zien die tot zeer verrassende resultaten leidt. De omslagfoto geeft hiervan een duidelijk beeld.
Bij de tweede druk van dit boekje moeten wij constateren dat vele kunstenaars op het emailleren zijn overgestapt en daarbij zulke opmerkelijke resultaten bereiken, evenals vele hobbyisten, dat een noemen van namen niet meer goed mogelijk is zonder daarbij een groot aantal te vergeten. Daarom zal in deze uitgave een vermelding van namen verder achterwege blijven.

Een nieuwe ontwikkeling op het gebied van emailleren is dat de architectuur daarvan gebruik begint te maken. Niet zelden ziet men bij hoogbouw gevels die geheel met geŽmailleerde platen zijn bekleed. Dit is tamelijk steriel, maar de combinatie van email met beton kan bijzonder fraai zijn. Ook vinden voor winkeldeuren zeer monumentale deurknoppen toepassing, waarbij het email gecombineerd wordt met mat blank metaal.

Bij de herleefde belangstelling voor de emailleerkunst doet zich het merkwaardige verschijnsel voor dat deze niet haar oorsprong vindt in de bewondering voor hetgeen de hedendaagse kunstenaars op dit gebied te zien geven. Daarvoor is hun aantal te gering zodat het onder het publiek gebrachte aantal stukken te verwaarlozen is. Integendeel, de zeer grote toename van het aantal amateurs op het gebied van emailleren is daarvan de oorzaak. Voor de serieuze amateur, die vrij behoorlijk kan emailleren, is het evenwel moeilijk een behoorlijk esthetisch peil te verwerven, daar hij zijn werk slechts zelden kan toetsen aan dat van de kunstenaarvakman.

Er zijn voor de kunstenaar op het gebied van de emailleerkunst mogelijkheden te over en een waardering van de zijde van het publiek die niet onderschat moet worden. Dat echter niet elke emailleur een kunstenaar is behoeft nauwelijks betoog.

Emailsoorten van thans De moderne emailleerkunst heeft zich ontwikkeld volgens geheel andere lijnen dan in vroeger tijden het geval was. Wel worden de verschillende in de vorige hoofdstukken omschreven technieken vrijwel zonder uitzondering toegepast, maar dit gebeurt niet langer uit noodzaak. Wanneer men ťmail cloisonnť vervaardigt of email champlevť, dan gebruikt men de cloisons of de verdiepingen in het metaal uitsluitend op grond van de decoratieve waarde. Door de grotere kennis van de hoedanigheden van email zijn de cloisons niet langer noodzakelijk om de hechting aan het metaal te verzekeren. Ook zonder gebruikmaking daarvan kan men een volledige hechting tot stand brengen.
Om te begrijpen waarin het verschil ligt zullen we nog even moeten nagaan wat email eigenlijk is. Zoals reeds eerder werd opgemerkt is email een soort glas. Het is echter nauwelijks verwant aan de gebruikelijke glassoorten, zoals vensterglas, conservenglas en dergelijke, maar veel meer aan glazuur dat op aardewerk gebruikt wordt. Wel ligt de temperatuur waarbij email tot smelten wordt gebracht belangrijk lager dan de temperatuur waarbij aardewerkglazuur uitsmelt. Om tot enig begrip te komen waaruit een dergelijk glazuur bestaat kan men in de meest vereenvoudigde vorm het volgende stellen: Glazuur is klei die op een zo hoge temperatuur wordt gebracht dat deze smelt. Er vormt zich dan een soort glas, afhankelijk van de gebruikte kleisoort helder doorschijnend, geel of bruin. Witbakkende klei geeft een ongekleurd glas, de roodbakkende soorten vormen een geel tot donkerbruin glas. De smelttemperatuur ligt evenwel zeer hoog, varierend van 1150 tot 1500 įC. Men kan de temperatuur waarop de klei tot smelten kan worden gebracht belangrijk verlagen door toevoeging van bepaalde metaaloxyden of boorzuur, soda en potas.

Uitgaande van witbakkende klei verkrijgt men dan een doorzichtig ongekleurd glas dat met metaaloxyden in verschillende tinten gekleurd kan worden, zoals bij voorbeeld:

Uiteraard gaat men bij de samenstelling van email niet van klei uit, omdat deze geen stabiele samenstelling heeft. In plaats daarvan gebruikt men kwarts, kaolin, veldspaat en kalk, precies zoals bij glazuursamenstelling het geval is. Deze vormen tezamen met een smeltmiddel een kleurloos email.

Door toevoeging van een of meer kleuroxyden verkrijgt men gekleurde transparante emailles. Deze stellen natuurlijk bepaalde eisen aan de ondergrond, want het is zonder meer duidelijk dat een doorschijnend email een totaal andere kleur ontwikkelt op een ondergrond van rood koper dan bij voorbeeld op een ondergrond van zilver.

Toevoeging van tinoxyde maakt evenwel alle kleuren ondoorzichtig, waardoor men niet meer van de metaalkleur afhankelijk is. Dit deed men reeds in zeer vroege tijden, terwijl men bij gebruik van de doorzichtige emailles van tevoren de ondergrond verguldde.

Om verschillende kleuren email samen te stellen moet men dus aan een bepaalde basissamenstelling kleuroxyden toevoegen. De verschillende kleurnuances worden echter mede bepaald door de nietkleurende chemicaliŽn. Op zichzelf zou dit een vrij eenvoudige zaak zijn wanneer niet elke kleurcompositie een verschillend uitzettingspercentage te zien zou geven tijdens de verhitting tot aan het smeltpunt, en natuurlijk ook een uiteenlopend krimppercentage bij afkoeling.
De metalen ondergrond zet echter eveneens uit tijdens de verhitting en krimpt tijdens de afkoeling en dit is niet hetzelfde bij koper, zilver en bij goud. Om een goede hechting tussen het metaal en het email te bereiken is het evenwel noodzakelijk dat het uitzettings- en het krimppercentage van beide aan elkaar zijn aangepast. Is dat niet het geval, dan zal de email-laag na afkoeling van het metaal loslaten.

Met de huidige technische kennis zijn deze problemen geheel opgelost. De emailles, mits van een goede kwaliteit, zijn zodanig samengesteld dat deze zijn aangepast aan vier metalen, namelijk goud, zilver, rood koper en tombak. Dit laatste is een legering van rood koper met een zeer geringe hoeveelheid zink en heeft een meer gele tint dan rood koper. Met gebruikmaking van een speciaal voor dit doel samengesteld grond-email kan men bovendien op ijzer emailleren. Niet alle emailles hebben eenzelfde smeltpunt. Terwille van de kleurontwikkeling is men soms tot een bepaald recept gedwongen dat op een iets afwijkende temperatuur uitsmelt. Zelden is het verschil zo groot dat het nodig blijkt een bepaalde kleurvolgorde te kiezen zoals dat destijds in Limoges het geval was.
Men kan kiezen tussen verschillende soorten email. Er zijn emailles met een laag smeltpunt en deze smelten uit op een temperatuur tussen circa 650 en 750 °C. Er zijn ook emailles met een hoog smeltpunt. Daarbij ligt de smelttemperatuur tussen 800 en 900 įC. In de meeste gevallen zullen dit geen emailles van hetzelfde merk zijn.

Bij emailles met een laag smeltpunt heeft men uiteraard gebruik moeten maken van een grotere hoeveelheid smeltmiddelen dan het geval is bij emailles met een hoog smeltpunt. Dientengevolge is het uitzettingscoŽfficiŽnt van de emailles met een laag smeltpunt groter. De inwendige spanningsverschillen in dergelijke emailles zijn vrij groot, zodat de kwaliteit daardoor nadelig kan worden beÔnvloed. Emailles met een laag smeltpunt hebben het grote nadeel van geringe hardheid te zijn, zodat er weinig nodig is om flinke krassen in het glanzende oppervlak te veroorzaken. Bovendien zijn emailles met een laag smeltpunt in het algemeen niet geschikt om te worden blootgesteld aan de buitenlucht.

Een en ander heeft tot gevolg dat men in het algemeen voor de vervaardiging van sieraden en voor aan de buitenlucht bloot te stellen emailleerwerk de voorkeur zal geven aan emailles met een hoog smeltpunt.

De grootste naam op het gebied van emailsamenstelling is ongetwijfeld die van Louis Millenet. Deze tijdens zijn leven in GenŤve wonende Zwitser heeft een kleurenassortiment in emailles weten samen te stellen, dat zowel voor als na zijn leven ongeŽvenaard is. Niet in de laatste plaats is het gebruik van de vaak zeer kostbare grondstoffen daarvoor aansprakelijk; een groot deel van de rode kleuren is gebaseerd op goud. Dit neemt niet weg dat slechts iemand met zeer grote volharding en een uitzonderlijk grote liefde voor zijn vak in staat is een dergelijk resultaat te bereiken. Millenet heeft een handleiding voor het emailleren op zijn naam staan, doch deze is verouderd en achterhaald door de technische ontwikkeling van de hulpmiddelen. Aan het einde van zijn leven heeft Millenet zijn receptuur overgedragen aan de chemische fabriek Degussa, waar nog een groot deel van zijn emailles verkrijgbaar is (noot anno 2002: Degussa bestaat niet meer).

Benodigdheden